De steun voor de huidige regeringspartijen blijft dalen. Dat blijkt uit de nieuwste zetelpeiling van Maurice de Hond. D66, VVD en CDA kwamen na de Tweede Kamerverkiezingen van 2025 samen uit op 66 zetels. In de peiling van eind juli en begin augustus houden zij daar nog slechts 47 zetels van over.

Vooral D66 moet volgens de peiling opnieuw flink inleveren. De partij was bij de verkiezingen van 2025 nog de grootste, maar staat nu op achttien zetels. De VVD komt uit op zestien zetels. Het CDA zou op dit moment nog dertien zetels behalen.
Tegenover het verlies van de coalitiepartijen staat een flinke groei bij enkele oppositiepartijen. Vooral Forum voor Democratie en JA21 doen het opvallend goed. FVD, onder leiding van Lidewij de Vos, bereikt zelfs het hoogste niveau in jaren. De partij profiteert vooral van kiezers die eerder op de PVV stemden.
Coalitiepartijen leveren steeds verder in
De peiling werd uitgevoerd op 31 juli en 1 augustus. Daaruit blijkt dat de regeringspartijen hun neerwaartse beweging niet kunnen stoppen. Iedere maand lijkt een deel van hun achterban af te haken. Veel voormalige kiezers twijfelen bovendien nog over hun nieuwe voorkeur.
D66 krijgt volgens de cijfers de grootste klap. De partij verliest een flink deel van de zetels die bij de verkiezingen werden gewonnen. Met achttien virtuele zetels staat D66 nog wel hoog in de peiling. Toch is het verschil met het resultaat van 2025 duidelijk zichtbaar.
Ook de VVD verliest steun onder de kiezers. De partij zou nu zestien zetels behalen. Een deel van de voormalige VVD-stemmers kiest volgens De Hond inmiddels voor JA21. Andere kiezers weten nog niet welke partij hun stem zal krijgen.
Het CDA houdt in de peiling dertien zetels over. Ook bij deze partij is sprake van verlies. De terugval is minder sterk dan bij D66, maar blijft wel zichtbaar. Een deel van de CDA-kiezers zou op dit moment vooral twijfelen tussen het CDA en JA21.
De drie coalitiepartijen komen samen dus op 47 zetels. Dat is negentien zetels minder dan bij de verkiezingen van 2025. Voor een kabinet zonder vaste meerderheid maakt zo’n ontwikkeling het besturen steeds moeilijker. Het kabinet is voor veel plannen afhankelijk van steun uit de oppositie.

FVD en JA21 stijgen flink
De zetels die de regeringspartijen verliezen, komen vooral terecht bij FVD, JA21 en PRO. Ook de PVV raakt volgens de peiling kiezers kwijt. Een groot deel van die overstappers kiest voor Forum voor Democratie.
PRO staat met 24 zetels bovenaan in de nieuwste peiling. Daarachter volgt een opvallend grote groep partijen. D66, FVD, PVV en JA21 staan allemaal op achttien zetels. Daarmee delen vier partijen samen de tweede plaats.
Voor JA21 is dit een bijzonder resultaat. De partij stond sinds haar oprichting niet eerder zo hoog in de peilingen van Maurice de Hond. Vooral voormalige VVD-stemmers lijken de overstap naar JA21 te maken. Daarnaast trekt de partij ook mensen weg bij PVV, BBB en CDA.
Forum voor Democratie bereikt eveneens een opvallende mijlpaal. De partij stond sinds 2019 niet meer op dit niveau. In dat jaar was FVD, toen nog geleid door Thierry Baudet, enige tijd zelfs de grootste partij in enkele peilingen.
FVD haalt de meeste nieuwe kiezers weg bij de PVV. Daarnaast komen er ook stemmen over van VVD, BBB en JA21. Volgens het onderzoek blijft de bestaande achterban bovendien zeer trouw. Ongeveer 95 procent van de FVD-kiezers uit 2025 zou opnieuw op die partij stemmen.
Dat percentage is opvallend hoog. Bij veel andere partijen twijfelt een groter deel van de voormalige achterban. Vooral de regeringspartijen hebben te maken met mensen die nog geen nieuwe keuze hebben gemaakt. Zij kunnen bij toekomstige verkiezingen dus nog verschillende kanten op bewegen.
Peiling van dit weekend laat zien dat regeringspartijen inmiddels nog maar 47 zetels hebben. En JA21 en FVD staan samen met D66 en PVV op de 2e plaats.
Tevens een inzicht in vertrouwen in de regering en ministers naar stemkeuze.https://t.co/zQdq2YrGxM pic.twitter.com/mf4E86xeMJ— Maurice de Hond (@mauricedehond) August 2, 2026
Vertrouwen in kabinet neemt af
De dalende zetelaantallen hangen samen met een lager vertrouwen in het kabinet. De deelnemers aan het onderzoek konden de regering een cijfer geven. Daarbij liep de schaal van één tot en met tien.
Vooral bij voormalige VVD-stemmers is het verschil groot. Mensen die nog steeds op de VVD zouden stemmen, geven het kabinet gemiddeld een 5,8. Kiezers die in 2025 VVD stemden, maar inmiddels zijn afgehaakt, geven gemiddeld slechts een 4,3.
Dat verschil laat zien dat ontevredenheid een belangrijke reden kan zijn om van partij te veranderen. Bij D66 en CDA is dat verschil kleiner. Toch beoordelen ook vertrokken kiezers van deze partijen het kabinet duidelijk negatiever.
Naast het algemene vertrouwen werd ook gekeken naar de bekendheid van ministers. Een flink deel van de ondervraagden blijkt sommige bewindspersonen nauwelijks te kennen. Minister van Economische Zaken en Klimaat Heleen Herbert is volgens het onderzoek de minst bekende minister.
Meer dan een derde van de respondenten zegt niet te weten wie zij is. Dat kan een probleem zijn voor het kabinet. Ministers die weinig zichtbaar zijn, kunnen hun beleid moeilijker uitleggen. Ook is het voor kiezers lastiger om hun werk te beoordelen.
De lage bekendheid betekent niet automatisch dat iemand slecht functioneert. Toch speelt zichtbaarheid een belangrijke rol in de politiek. Zeker tijdens een periode van dalend vertrouwen verwachten kiezers duidelijke uitleg. Zij willen weten welke minister verantwoordelijk is voor belangrijke besluiten.

Verdeeldheid over mogelijke samenwerking
De kiezers van de coalitiepartijen denken verschillend over samenwerking met de oppositie. D66-stemmers staan vooral open voor afspraken met PRO. Zij zien die partij als een logische partner voor het kabinet.
Bij de VVD ligt dat heel anders. Veel VVD-kiezers voelen weinig voor samenwerking met PRO. Zij kijken liever naar partijen aan de rechterkant. JA21 wordt daarbij vaker genoemd als mogelijke samenwerkingspartner.
CDA-kiezers zitten volgens de peiling tussen deze twee groepen in. Zij staan niet volledig afwijzend tegenover PRO. Toch heeft samenwerking met JA21 vaker hun voorkeur. Daarmee weerspiegelt de achterban van het CDA de middenpositie van de partij.
Over één onderwerp zijn veel kiezers het wel eens. Oppositiepartijen zouden voorstellen van het kabinet moeten steunen wanneer die passen bij hun eigen standpunten. Gemiddeld vindt ruim 70 procent van de ondervraagden dat een verstandige houding.
Slechts 13 procent vindt dat de oppositie een minderheidskabinet nooit moet helpen. De meeste mensen willen dus dat partijen per onderwerp naar de inhoud kijken. Zij vinden volledige blokkades minder belangrijk dan het uitvoeren van plannen die bij hun eigen programma passen.
Voor het kabinet is dat een belangrijk signaal. Zonder vaste meerderheid moet de regering voortdurend steun zoeken. Dat lukt alleen wanneer oppositiepartijen bereid zijn afspraken te maken. Tegelijkertijd zullen zij daar vaak eigen voorwaarden aan verbinden.
Bron: socialnieuws.nl


