Maarten van Rossem is niet blij met wat er is gebeurd met zijn bankje in het Utrechtse Wilhelminapark. Het gouden plaatje met zijn naam erop is verdwenen. De historicus noemt dat een lelijke schok. Toch zegt hij er ook niet echt verbaasd over te zijn. Volgens hem gaat lang niet iedereen netjes om met het park.

Van Rossem ontdekte zelf dat het plaatje weg was. Hij liep door het Wilhelminapark en wilde even gaan zitten op zijn bankje. Toen hij bij de plek aankwam, zag hij meteen dat er iets niet klopte. Het bordje was van het bankje getrokken. Ook zag hij dat het bankje was beklad met vreemde tekens.
De historicus reageert op zijn bekende scherpe manier. Hij noemt het vandalisme en ergert zich duidelijk aan het gedrag van sommige bezoekers. Volgens hem wordt het park regelmatig gebruikt door mensen die weinig respect hebben voor hun omgeving. Hij spreekt zelfs over barbaren. Daarmee bedoelt hij mensen die rotzooi maken en dingen kapotmaken.
Het bankje had juist een vriendelijke en grappige betekenis. Het was een eerbetoon aan Van Rossem en zijn lange rol bij De Slimste Mens. Daardoor werd het bankje voor veel mensen een herkenbare plek. Nu is juist dat persoonlijke detail verdwenen. Dat maakt de diefstal volgens hem extra vervelend.
Cadeau van de gemeente
Het gouden plaatje was niet zomaar op het bankje geplaatst. Van Rossem kreeg het vorig jaar cadeau van de gemeente Utrecht. Dat gebeurde vanwege zijn 12,5-jarig jubileum als jurylid van De Slimste Mens. In dat programma werd hij jarenlang bekend door zijn droge humor, scherpe opmerkingen en enorme feitenkennis.
Op het plaatje stond een tekst die goed bij hem paste. Hij werd daarin de wandelende Wikipedia genoemd. Ook stond erop dat hij de farao van feitenkennis was. Verder werd verwezen naar zijn rol als juryvoorzitter van De Slimste Mens tussen 2012 en 2025. Het was dus een speels eerbetoon met een knipoog.
Sinds de onthulling werd het bankje in de volksmond het Maarten van Rossem-bankje genoemd. Voor fans van het programma was het een leuke plek. Ook voor wandelaars in het park had het bankje iets bijzonders gekregen. Het was niet langer zomaar een plek om even te zitten. Het was een klein stukje Utrechtse televisiegeschiedenis.
Of er een nieuw plaatje komt, weet Van Rossem nog niet. Hij lijkt daar ook niet meteen heel optimistisch over. Een beloning voor degene die het plaatje terugbrengt, ziet hij in elk geval niet zitten. Sterker nog, hij zegt dat hij zo iemand liever een dag zou opsluiten. Volgens hem gaat het namelijk gewoon om crimineel gedrag.
Daarmee maakt hij duidelijk dat hij de diefstal niet als een geintje ziet. Sommige mensen zouden zo’n plaatje misschien als een souvenir beschouwen. Van Rossem denkt daar anders over. Voor hem is het vernieling en diefstal van iets dat openbaar bezit is. Het bankje stond er tenslotte voor iedereen.

Kritiek op bezoekers van het park
Hoewel Van Rossem het verdwijnen van het plaatje vervelend vindt, kwam het niet helemaal onverwacht. Bij de onthulling was hij al gewaarschuwd dat zoiets kon gebeuren. Volgens hem heeft dat alles te maken met een deel van de mensen dat het park bezoekt. Hij vindt dat sommige bezoekers zich slecht gedragen.
Van Rossem gebruikt daarvoor het woord barbaren. Hij bedoelt daarmee niet mensen van buitenaf, zegt hij er nadrukkelijk bij. Volgens hem gaat het juist om mensen die hier al generaties wonen. Daarmee wil hij duidelijk maken dat slecht gedrag niet aan afkomst ligt. Het gaat volgens hem om mentaliteit en gebrek aan fatsoen.
Hij stoort zich aan verschillende groepen in het park. Zo noemt hij mensen die blikjes zoeken, drugsgebruikers en groepjes die bier drinken. Volgens hem zorgen zij geregeld voor overlast. Ook laten mensen veel afval achter. Daardoor ziet het park er volgens hem soms erg slecht uit.
Na Koningsdag was het volgens Van Rossem helemaal erg. Hij beschreef de staat van het park alsof er een burgeroorlog had plaatsgevonden. Daarmee bedoelt hij dat er overal rommel lag en dat de schade groot was. Zijn opmerking is overdreven en typisch Van Rossem, maar de irritatie erachter is duidelijk.
Het Wilhelminapark is voor veel Utrechters juist een geliefde plek. Mensen wandelen er, sporten er of zitten op een bankje. Juist daarom stoort het Van Rossem dat niet iedereen er goed mee omgaat. Een park is openbaar, maar dat betekent volgens hem niet dat je er alles kunt doen.
Ideeën om het park beter te beschermen
Van Rossem heeft ook ideeën om het park beter te beheren. Zoals vaker doet hij dat op een directe en wat ironische manier. Een van zijn voorstellen is een permanente beheerder. Zo iemand zou kunnen opletten, mensen aanspreken en het park netjes houden. Volgens hem zou dat veel problemen kunnen voorkomen.
Tegelijk denkt hij dat zo’n oplossing waarschijnlijk moeilijk wordt. Hij verwijst naar personeelstekorten. Gemeenten hebben vaak moeite om genoeg mensen te vinden voor toezicht en onderhoud. Daardoor blijft het park afhankelijk van gewone bezoekers en bestaande handhaving. Dat is volgens hem niet altijd genoeg.
Een ander idee is om het park in de avonduren te sluiten. Dat gebeurt in sommige steden al met parken of speeltuinen. Het kan helpen om overlast in de nacht te beperken. Toch is het ook een ingrijpende maatregel. Een park is juist bedoeld als openbare ruimte voor iedereen. Daarover zal dus discussie kunnen ontstaan.
Van Rossem noemt zelfs het heffen van entree. Dat lijkt vooral bedoeld als prikkelende opmerking. Toch zit er een serieus punt achter. Hij vindt dat het park beter beschermd moet worden tegen mensen die er rommel maken of spullen vernielen. Entreegeld zou volgens hem misschien helpen om toezicht te betalen.
Ook komt hij met een opvallend idee over het verdwenen plaatje. Misschien kan de gemeente een kraampje naast het bankje zetten. Daar zouden bezoekers dan voor een klein bedrag een plaatje kunnen kopen. Op die manier hoeven ze het niet van het bankje te stelen. Het is een typische Van Rossem-oplossing: grappig, scherp en toch met een kern van waarheid.

Nog onzeker of het plaatje terugkomt
Voorlopig is niet duidelijk of het gouden plaatje wordt teruggevonden. Ook is niet bekend of de gemeente een nieuw exemplaar laat maken. Voor Van Rossem zelf lijkt vooral het principe belangrijk. Het gaat hem niet alleen om zijn eigen naam op een bankje. Het gaat hem om de manier waarop mensen met openbare spullen omgaan.
Een klein plaatje lijkt misschien onbelangrijk. Toch zegt zo’n diefstal volgens hem iets groters. Als mensen zomaar dingen van een bankje trekken, wordt de openbare ruimte minder prettig. Dan voelen parken en pleinen minder verzorgd. Dat raakt iedereen die er gebruik van maakt.
Voor fans van Van Rossem is het jammer dat het bekende bankje nu niet meer compleet is. Het plaatje maakte de plek bijzonder. Zonder dat bordje is het weer gewoon een bankje in het park. Al zal de bijnaam waarschijnlijk nog wel blijven hangen. Veel mensen weten inmiddels waar het Maarten van Rossem-bankje staat.
De reactie van Van Rossem past helemaal bij zijn publieke imago. Hij is scherp, mopperig en droogkomisch tegelijk. Hij kan hard uithalen naar mensen die hij onbeschaafd vindt. Toch zit er achter zijn woorden ook een serieuze ergernis. Hij wil dat mensen beter omgaan met hun omgeving.
Of zijn oplossingen werkelijkheid worden, is maar de vraag. Een beheerder, avondsluiting of entreegeld zijn allemaal maatregelen die niet zomaar worden ingevoerd. Toch zorgt de diefstal van het plaatje opnieuw voor aandacht voor het beheer van het park. Misschien leidt dat uiteindelijk tot meer toezicht of sneller herstel van schade.
Tot die tijd moet Van Rossem het doen zonder zijn gouden plaatje. De historicus lijkt er boos om, maar ook niet verbaasd. Volgens hem was dit precies het soort gedrag dat je kon verwachten. Zijn bankje mag dan beschadigd zijn, zijn mening over sommige parkbezoekers is in elk geval duidelijker dan ooit.
Bron: RTV Utrecht
