Door aanhoudende medicijntekorten krijgen patiënten steeds vaker te maken met een vervelend probleem. Het medicijn dat hun zorgverzekeraar normaal volledig vergoedt, is dan niet beschikbaar. De apotheek geeft in zo’n geval vaak een ander merk mee. Dat medicijn heeft dezelfde werkzame stof, maar komt van een andere fabrikant. Toch kan daar voor de patiënt ineens een extra rekening aan vastzitten.
Voor veel mensen voelt dat vreemd en oneerlijk. Je kiest er namelijk niet zelf voor dat een medicijn niet leverbaar is. Toch kun je soms wel te maken krijgen met kosten. Die kosten komen dan bijvoorbeeld via je eigen risico terug. Ook kan er sprake zijn van een eigen bijdrage. Dat zorgt voor verwarring bij patiënten, zeker wanneer zij juist verwachten dat hun medicijn gewoon wordt vergoed.
Medicijntekorten zorgen voor problemen
Medicijntekorten zijn de laatste jaren een groot probleem geworden. Uit cijfers van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie blijkt dat in 2025 ongeveer 1134 medicijnen langer dan twee weken niet leverbaar waren. Dat betekent dat apotheken voor veel patiënten moesten zoeken naar een alternatief. Volgens de KNMP zijn hierdoor ongeveer 3,5 miljoen patiënten geraakt.
Het gaat daarbij niet alleen om zeldzame medicijnen. Juist veel middelen die onder het voorkeursbeleid vallen, waren niet beschikbaar. Dat maakt het probleem extra groot. Veel patiënten krijgen namelijk medicijnen die door hun zorgverzekeraar als voorkeursmedicijn zijn aangewezen. Als juist die middelen ontbreken, ontstaat er meteen gedoe aan de balie van de apotheek.
Voor apothekers is dat ook lastig. Zij moeten zorgen dat patiënten hun behandeling kunnen voortzetten. Tegelijk moeten ze rekening houden met regels van zorgverzekeraars, vergoedingen en beschikbaarheid. Als het voorkeursmedicijn er niet is, moet er snel een passend alternatief worden gevonden. Dat alternatief moet dezelfde werking hebben en veilig gebruikt kunnen worden.
Voor patiënten is vooral de financiële kant onduidelijk. Zij horen vaak pas achteraf wat de gevolgen zijn. Het kan gebeuren dat ze het medicijn gewoon meekrijgen, maar later een rekening zien bij hun zorgverzekering. Dat maakt de situatie frustrerend. Zeker als iemand al langere tijd hetzelfde medicijn gebruikt en nooit eerder extra kosten had.
Wat het voorkeursbeleid betekent
Het voorkeursbeleid is een systeem dat zorgverzekeraars gebruiken om medicijnkosten te beperken. Van veel medicijnen bestaan meerdere merken met dezelfde werkzame stof. Die medicijnen werken in principe hetzelfde. Het verschil zit vooral in de fabrikant, de verpakking en soms in hulpstoffen. Zorgverzekeraars kiezen vaak één merk dat zij volledig vergoeden.
Dat gekozen middel wordt het voorkeursmedicijn genoemd. Als je dat medicijn gebruikt, worden de kosten normaal gesproken door de zorgverzekeraar betaald. Daarbij kan het medicijn nog wel onder het eigen risico vallen. Toch is het uitgangspunt dat dit middel de standaardkeuze is binnen je verzekering.
Voor zorgverzekeraars is dit beleid aantrekkelijk, omdat zij met fabrikanten prijsafspraken kunnen maken. Daardoor blijven medicijnen goedkoper. In theorie kan dat helpen om de zorg betaalbaar te houden. Maar in de praktijk ontstaan er problemen wanneer het gekozen middel niet leverbaar is.
Dan moet de apotheek overstappen op een ander merk. Dat middel heeft dezelfde werkzame stof, dezelfde sterkte en dezelfde toedieningsvorm. Medisch gezien is het dus vaak een goed alternatief. Toch valt het niet altijd onder dezelfde afspraken. Daardoor kan de vergoeding anders uitpakken dan patiënten verwachten.
Wanneer patiënten extra betalen
Als het voorkeursmedicijn niet op voorraad is, zoekt de apotheek naar een vervangend middel. Dat kan een ander merk zijn dat wel leverbaar is. Soms wordt dat alternatief volledig vergoed. Maar dat is niet altijd zo. De kosten kunnen alsnog terechtkomen bij de patiënt, bijvoorbeeld via het eigen risico.
Dat gebeurt vooral wanneer het eigen risico nog niet volledig is gebruikt. In dat geval kan de prijs van het vervangende medicijn meetellen. Patiënten merken dat vaak pas later. Ze hoeven het bedrag meestal niet direct in de apotheek te betalen. De rekening verschijnt dan achteraf bij de zorgverzekeraar.
Er kan ook een eigen bijdrage ontstaan. Dat gebeurt wanneer het alternatieve medicijn duurder is dan de wettelijke vergoedingslimiet. In dat geval wordt niet het volledige bedrag vergoed. Het deel boven die grens kan voor rekening van de patiënt komen. Dat voelt extra vervelend wanneer er geen keuze was.
De prijsverschillen tussen merken kunnen behoorlijk groot zijn. Twee medicijnen kunnen dezelfde werkzame stof bevatten, maar toch anders geprijsd zijn. Daardoor kan een tekort aan een goedkoop voorkeursmiddel leiden tot een duurder alternatief. Voor de patiënt is dat lastig te begrijpen, omdat het om hetzelfde soort medicijn gaat.
Heb je je eigen risico al helemaal gebruikt? Dan vallen extra kosten in veel gevallen minder zwaar uit. De zorgverzekeraar vergoedt dan vaak meer. Toch blijft het per situatie verschillen. Daarom weten patiënten vaak niet vooraf waar ze aan toe zijn. Dat maakt het systeem onduidelijk.
Reactie van zorgverzekeraars
Omdat veel mensen hierover vragen hebben, is aan grote zorgverzekeraars gevraagd hoe zij omgaan met deze situatie. Zilveren Kruis en VGZ geven aan dat patiënten in principe niet extra hoeven te betalen door medicijntekorten. Volgens hen wordt het voorkeursbeleid bij leveringsproblemen tijdelijk aangepast of losgelaten.
Dat betekent dat apothekers dan een ander merk mogen meegeven. De patiënt zou daardoor niet bewust benadeeld moeten worden. Toch erkennen de verzekeraars dat het eigen risico nog steeds een rol kan spelen. Als het vervangende medicijn onder het eigen risico valt, kunnen patiënten alsnog kosten krijgen.
Zilveren Kruis en VGZ zeggen dat zij bij het inkopen van voorkeursmedicijnen letten op beschikbaarheid. Leveringszekerheid zou dus worden meegenomen in de keuze. Ook willen zij voorkomen dat patiënten onnodig vaak van merk moeten wisselen. Toch blijkt in de praktijk dat tekorten niet altijd te voorkomen zijn.
Ook a.s.r. heeft gereageerd. Deze verzekeraar laat weten dat een alternatief medicijn bij een tekort wordt vergoed. De verzekeraar noemt dat een logistieke noodzaak. Met andere woorden: het andere medicijn is nodig omdat het voorkeursmiddel niet beschikbaar is. Toch kan ook hier het eigen risico hoger uitvallen.
Volgens a.s.r. komt dat doordat voor alternatieve medicijnen niet altijd dezelfde kortingsafspraken gelden. Een voorkeursmedicijn is vaak goedkoper ingekocht. Voor een ander merk kan een hogere prijs gelden. Daardoor kunnen de kosten voor de patiënt toch stijgen. Dat maakt de uitleg voor consumenten niet eenvoudiger.
Onduidelijkheid blijft voor patiënten
Hoewel zorgverzekeraars zeggen dat alternatieven worden vergoed, blijft de praktijk ingewikkeld. Patiënten kunnen bij een tekort dus nog steeds extra kosten maken. Dat komt vooral door het eigen risico en mogelijke prijsverschillen. Voor iemand aan de balie is dat vaak moeilijk te overzien.
Ook voor apothekers is dit een lastig punt. Zij willen patiënten helpen en zorgen dat behandelingen doorgaan. Tegelijk moeten zij uitleggen waarom een ander merk soms financiële gevolgen heeft. Dat gesprek kan ongemakkelijk worden. De apotheek veroorzaakt het tekort namelijk niet, maar moet het probleem wel oplossen.
Voor patiënten voelt het alsof zij de dupe worden van een systeem waar ze geen invloed op hebben. Ze kunnen niet bepalen welk medicijn leverbaar is. Ze kunnen ook niet altijd kiezen welk merk ze krijgen. Toch kunnen ze achteraf wel merken dat er kosten zijn afgeschreven.
Volgens de KNMP laat dit zien dat het huidige voorkeursbeleid niet altijd goed werkt in tijden van tekorten. Het systeem is gemaakt om kosten te besparen. Maar wanneer medicijnen niet beschikbaar zijn, kan het juist zorgen voor extra druk. Zowel patiënten als apotheken krijgen dan te maken met onzekerheid.
De vraag blijft daarom hoe eerlijk het is dat patiënten soms moeten betalen voor een tekort. Zeker wanneer zij zelf niets verkeerd doen. Zij volgen gewoon hun behandeling en vertrouwen op de apotheek en zorgverzekeraar. Juist daarom is duidelijke informatie belangrijk. Mensen moeten vooraf beter weten wat een vervangend medicijn financieel betekent.
Zolang medicijntekorten blijven bestaan, zal dit probleem waarschijnlijk vaker voorkomen. Patiënten doen er daarom goed aan om bij de apotheek te vragen naar mogelijke kosten. Ook kunnen zij hun zorgverzekeraar bellen als er twijfel is. Dat voorkomt niet altijd een rekening, maar geeft wel meer duidelijkheid. En dat is hard nodig in een systeem dat voor veel mensen al ingewikkeld genoeg is.
Bron: Radar




