Hij ziet er misschien bijzonder uit, maar de doornappel is absoluut geen onschuldige tuinplant. Deze zeer giftige plant wordt steeds vaker gezien in Nederland. Vooral in het zuiden van ons land lijkt de plant terrein te winnen. Dat is slecht nieuws voor boeren, maar ook voor mensen met een tuin. De doornappel kan zich namelijk razendsnel verspreiden en is giftig voor mensen én dieren.
De officiële naam van de plant is Datura stramonium. Hij behoort tot de nachtschadefamilie, net als bijvoorbeeld tomaten, aardappelen en aubergines. Toch kun je deze plant beter niet tussen je andere planten laten staan. Alle delen van de doornappel bevatten namelijk giftige stoffen. Vooral de zaden bevatten relatief veel van deze stoffen. Hieronder lees je hoe je deze plant herkent, en wat je moet doen als er hem tegenkomt.

Zo herken je de doornappel
Een doornappel kan behoorlijk groot worden en soms ongeveer een meter hoog worden. De plant heeft grote bladeren met opvallende, hoekige randen. De bloemen zijn groot en meestal wit, maar kunnen ook iets paars kleuren. De plant bloeit vooral tijdens de zomermaanden.
Het opvallendste onderdeel verschijnt na de bloei. Dan ontstaan groene, eivormige vruchten die helemaal bedekt zijn met stekels. Ze lijken daardoor een beetje op de bolster van een kastanje. Zodra deze vrucht rijp wordt, gaat hij open en komen de donkere zaden tevoorschijn.
Juist die zaden maken de doornappel zo lastig te bestrijden. Eén plant kan namelijk zeer veel zaden produceren. Bovendien kunnen de zaden jarenlang in de bodem blijven liggen. Onder gunstige omstandigheden kunnen ze later alsnog ontkiemen. Daardoor kan één plant uiteindelijk jarenlang voor nieuwe doornappels zorgen.

Waarom de plant steeds vaker opduikt
De doornappel houdt vooral van warme en zonnige omstandigheden. Daarnaast groeit hij graag op voedselrijke grond die regelmatig wordt omgewoeld. Je kunt hem daarom tegenkomen op akkers, braakliggende grond en stortplaatsen. Ook moestuinen vormen een geschikte groeiplaats.
Volgens recente berichten uit de landbouw komt de doornappel steeds vaker voor in Nederland. Vooral vanuit Zuidwest-Nederland worden meer problemen gemeld. Een maisspecialist schatte onlangs dat één op de drie tot vijf klanten daar besmette percelen heeft. Het gaat daarbij om een ruwe schatting en niet om landelijke cijfers.
Ook boeren worden daarom steeds alerter op de plant. De doornappel kan tussen mais, aardappelen en andere gewassen groeien. Wanneer de plant tijdens de oogst wordt meegenomen, kunnen giftige plantendelen in voedsel of veevoer terechtkomen.
LEES OOK:Dit is de reden waarom je nooit met blote ogen naar een zonsverduistering moet kijken
Warmere omstandigheden kunnen de plant bovendien helpen. Doornappel kiemt graag wanneer de bodem flink is opgewarmd. Daardoor verschijnt de plant soms pas wanneer andere gewassen al behoorlijk groot zijn. Volgens landbouwdeskundigen kan doornappel zelfs tot in september blijven kiemen.
De hele plant is giftig
Het grootste probleem van de doornappel is zijn giftigheid. De plant bevat zogenaamde tropaanalkaloïden. Onder deze stoffen vallen onder andere atropine en scopolamine. Deze stoffen kunnen het zenuwstelsel beïnvloeden wanneer iemand voldoende binnenkrijgt.
Je hoeft daarom niet alleen bij de zaden voorzichtig te zijn. Ook bladeren, stengels, bloemen en andere delen zijn giftig. Zelfs wanneer de plant uitdroogt, verdwijnen de giftige eigenschappen niet zomaar. Dat maakt de plant ook gevaarlijk wanneer hij tussen veevoer terechtkomt.
Vooral kinderen en huisdieren vormen een belangrijke reden om de plant direct uit je tuin te verwijderen. De stekelige vruchten kunnen nieuwsgierigheid opwekken. De zaden mogen absoluut niet worden gegeten. De NDFF omschrijft de doornappel als een zeer giftige plant en noemt vooral de zaden.
Vergiftiging met tropaanalkaloïden kan ernstige gevolgen hebben. Daarom moet je bij mogelijke inname niet afwachten tot klachten ontstaan. Neem bij mensen direct contact op met een arts of huisartsenpost. Bij een huisdier kun je onmiddellijk een dierenarts bellen.
Doornappel in je tuin? Doe dan dit
Zie je één doornappel in je tuin, dan kun je beter snel handelen. Wacht vooral niet totdat de stekelige vruchten helemaal zijn ontwikkeld. Wanneer de zaden eenmaal rijp zijn, kan de plant zich veel gemakkelijker verspreiden. Trek de plant bij voorkeur helemaal uit de grond voordat er rijpe zaden ontstaan. Draag daarbij stevige tuinhandschoenen en voorkom onnodig contact met de plant. Landbouwdeskundigen adviseren eveneens om achtergebleven planten volledig te verwijderen.
Heb je een plant gevonden met rijpe zaaddozen? Ga daar dan extra voorzichtig mee om. Zorg dat de zaaddozen niet openbarsten tijdens het verwijderen. Anders kunnen tientallen of honderden zaden direct op de bodem terechtkomen. Gooi planten met rijpe zaden ook niet zomaar op je eigen composthoop. BVOR waarschuwt dat composteren van planten met volgroeide zaden verspreiding kan veroorzaken. Verpak de plant daarom zorgvuldig en voorkom dat er onderweg zaden uitvallen.
Blijf ook de komende jaren goed kijken
Het verwijderen van één volwassen doornappel betekent helaas niet altijd dat het probleem verdwenen is. Er kunnen al zaden in de grond terechtgekomen zijn. Die zaden kunnen volgens deskundigen vijf tot tien jaar kiemkrachtig blijven.
Controleer de plek daarom regelmatig tijdens het voorjaar en de zomer. Jonge planten kun je veel gemakkelijker verwijderen dan exemplaren met bloemen en vruchten. Vooral kale, zonnige stukjes grond verdienen extra aandacht. De doornappel is inmiddels geen zeldzaamheid meer in Nederland. De NDFF noemt de soort algemeen en niet bedreigd. De geregistreerde ontwikkeling sinds 1950 wordt omschreven als onveranderd of toegenomen.
Zie je de opvallende witte bloemen en later die stekelige groene bollen verschijnen? Dan is snel ingrijpen verstandig. De doornappel ziet er misschien interessant uit, maar hoort niet thuis in een tuin met kinderen of huisdieren. Met vroeg verwijderen voorkom je bovendien dat één plant jarenlang voor nieuwe exemplaren zorgt.
Bron: Nieuwe Oogst
