Oppassen op je kleinkind is voor veel opa’s en oma’s een gezellig moment. Je brengt tijd door met de kinderen, hoort hun verhalen en helpt misschien met eten, school of spelen. Maar er blijkt nog een voordeel te zijn. Regelmatig oppassen kan ook goed zijn voor je hersenen. Vooral oma’s lijken daar op latere leeftijd mentaal voordeel van te hebben.
Uit wetenschappelijk onderzoek van onder andere de Universiteit van Tilburg blijkt dat oppassende grootouders vaak beter scoren op geheugentests. Zij blijven mentaal fitter dan leeftijdsgenoten die niet op kleinkinderen passen. Dat komt waarschijnlijk doordat oppassen veel van je brein vraagt. Je moet opletten, snel reageren, dingen onthouden en flexibel blijven.
Een middag met kleinkinderen is namelijk zelden rustig en voorspelbaar. Het ene moment help je met huiswerk. Even later lees je een boek voor of speel je een spelletje. Daarna wil een kleinkind misschien iets uitleggen over Minecraft, Fortnite of Just Dance. Voor veel grootouders is dat een hele nieuwe wereld. Juist dat maakt het brein actief.
Oppassen houdt je scherp
Wie denkt dat oppassen vooral bestaat uit koffie drinken en toekijken, heeft het mis. Veel opa’s en oma’s doen actief mee. Ze bouwen torens, leggen puzzels, spelen bordspellen of leren hoe moderne computerspellen werken. Dat vraagt best veel denkwerk. Je moet regels begrijpen, onthouden wat er gebeurt en soms snel beslissen.
Vroeger waren spelletjes vaak eenvoudiger. Denk aan ezeltje prik, koekhappen, ganzenbord of Halma. Die spellen zijn nog steeds leuk, maar veel kinderen spelen nu ook heel andere dingen. Ze dansen met een spelcomputer, bouwen complete werelden online of spelen samen met vrienden via een scherm. Voor grootouders kan dat even wennen zijn.
Toch is dat juist goed voor het brein. Nieuwe dingen leren houdt je hersenen actief. Je wordt uitgedaagd om anders te denken. Ook moet je vaak luisteren naar uitleg van je kleinkind. Dat zorgt voor contact en concentratie. Je bent niet alleen gezellig bezig, maar traint ondertussen ook je geheugen en aandacht.
Ook gewone zorgtaken helpen mee. Je moet onthouden hoe laat een kind naar sport moet. Je denkt aan fruit, drinken, huiswerk of bedtijd. Je houdt in de gaten of alles veilig gaat. Dat vraagt overzicht. Precies dat soort vaardigheden zijn belangrijk om mentaal fit te blijven wanneer je ouder wordt.
Oppassen combineert dus meerdere dingen tegelijk. Je bent sociaal bezig, je beweegt meer en je gebruikt je hoofd. Die combinatie lijkt volgens onderzoekers gunstig te zijn voor het ouder wordende brein.
Wat onderzochten de wetenschappers?
De onderzoekers keken naar gegevens uit een groot Engels onderzoek onder mensen van vijftig jaar en ouder. Dat onderzoek volgt deelnemers meerdere jaren. Daardoor kunnen wetenschappers zien hoe gezondheid, geheugen en dagelijks leven veranderen naarmate mensen ouder worden.
Voor deze studie werden ruim 2.400 opa’s en oma’s bekeken die op hun kleinkinderen pasten. Die groep werd vergeleken met bijna 7.400 grootouders die dat niet deden. Zo konden de onderzoekers bekijken of er verschil was in mentale achteruitgang tussen beide groepen.
De deelnemers deden verschillende tests om het geheugen en denkvermogen te meten. Een voorbeeld daarvan was een opdracht waarbij mensen binnen één minuut zoveel mogelijk dieren moesten noemen. Dat lijkt simpel, maar het zegt iets over taal, geheugen en snelheid van denken.
Ook moesten deelnemers tien woorden onthouden. Eerst moesten ze die woorden direct herhalen. Later moesten ze opnieuw proberen zich de woorden te herinneren. Zulke opdrachten worden vaak gebruikt om geheugen en concentratie te testen. De tests werden in meerdere jaren herhaald. Daardoor konden de onderzoekers zien hoe de scores zich ontwikkelden.
Uit de resultaten kwam naar voren dat grootouders die oppassen gemiddeld beter scoorden. Hun cognitieve achteruitgang verliep minder snel dan bij grootouders die niet oppasten. Vooral bij oma’s was dat effect duidelijk zichtbaar.
Vooral oma’s lijken voordeel te hebben
Een opvallende uitkomst is dat vooral oma’s langdurig voordeel lijken te hebben van oppassen. Bij hen ging de mentale achteruitgang minder snel dan bij opa’s. De onderzoekers denken dat dit verschillende oorzaken kan hebben. Het gaat daarbij niet om één simpele verklaring.
Een mogelijke verklaring is dat opa’s vaker samen met hun partner oppassen. In dat geval nemen oma’s soms de meeste zorgtaken op zich. Opa’s zijn dan wel aanwezig, maar spelen mogelijk vaker een kleinere rol. Daardoor worden hun hersenen misschien minder sterk uitgedaagd tijdens het oppassen.
Ook traditionele rolpatronen kunnen een rol spelen. Veel oudere mannen zijn minder gewend aan dagelijkse zorgtaken. Oma’s hebben daar vaak meer ervaring mee. Zij regelen sneller eten, kleding, spelletjes, huiswerk en troostmomenten. Dat vraagt veel schakelen. Juist dat kan het brein actief houden.
Daarnaast denken onderzoekers dat oma’s oppassen vaker als prettig ervaren. Als iets plezier geeft, kan dat extra goed werken voor je mentale gezondheid. Wanneer oppassen vooral voelt als stress of verplichting, kan het effect anders zijn. Dan kost het misschien juist te veel energie.
Het onderzoek laat dus vooral zien dat oppassen gunstig kan zijn. Het betekent niet dat iedere grootouder er automatisch gezonder van wordt. De omstandigheden zijn belangrijk. Hoe vaak pas je op? Vind je het leuk? Is het vrijwillig? En krijg je genoeg rust tussendoor?
Plezier maakt veel verschil
De Volkskrant vroeg hoogleraar neurocognitie André Aleman om uitleg bij het onderzoek. Hij werkt aan de Universiteit Groningen en weet veel over het ouder wordende brein. Volgens hem is vooral plezier heel belangrijk. Een activiteit is meestal beter voor je hersenen wanneer je er echt van geniet.
Aleman was zelf niet betrokken bij de studie. Toch noemt hij het onderzoek interessant. Wel vindt hij dat er nog vragen openblijven. Hij mist bijvoorbeeld de context. Passen grootouders op omdat ze dat leuk vinden? Of doen ze het vooral omdat het moet? Dat maakt volgens hem veel uit.
Als oppassen voelt als een fijne activiteit, kan het veel opleveren. Je hebt contact, je voelt je nuttig en je blijft actief. Dat zijn allemaal dingen die goed kunnen zijn voor het brein. Maar wanneer oppassen vooral stress geeft, kan dat juist nadelig zijn. Langdurige stress is niet goed voor lichaam en geest.
Daarom is balans belangrijk. Een middag oppassen kan heerlijk zijn. Maar als grootouders te vaak moeten bijspringen, kan het zwaar worden. Zeker wanneer ze zelf gezondheidsproblemen hebben of weinig hersteltijd krijgen. Oppassen moet dus niet veranderen in een verplichting waar iemand aan onderdoor gaat.
Het beste werkt oppassen waarschijnlijk wanneer grootouders het met plezier doen. Dan is het gezellig, zinvol en mentaal uitdagend. En dat is precies de combinatie waar het brein baat bij kan hebben.
Geen kleinkinderen nodig
Niet iedereen heeft kleinkinderen. En niet iedere grootouder past regelmatig op. Gelukkig betekent dat niet dat je je brein niet kunt trainen. Er zijn veel andere manieren om mentaal fit te blijven. Het belangrijkste is dat je activiteiten kiest die je uitdagen en waar je plezier aan beleeft.
Experts wijzen vooral op activiteiten waarin beweging, sociaal contact en nadenken samenkomen. Denk aan wandelen met anderen, fietsen in een groep of samen een cursus volgen. Ook bridge, schaken, bordspellen en puzzels kunnen helpen om je hersenen actief te houden.
Nieuwe digitale vaardigheden leren kan ook nuttig zijn. Denk aan werken met een tablet, foto’s bewerken of leren videobellen. Dat is soms even lastig, maar juist daardoor wordt het brein geprikkeld. Nieuwe dingen leren blijft belangrijk, ook op latere leeftijd.
Het draait dus niet alleen om oppassen. Het gaat om actief blijven in brede zin. Wie regelmatig iets doet dat aandacht, geheugen en plezier vraagt, geeft het brein een goede training. Dat hoeft niet groots te zijn. Een spelletje, gesprek of wandeling kan al verschil maken.
Oppassen op kleinkinderen is dus niet alleen leuk voor de band met de familie. Het kan ook bijdragen aan een fitter hoofd. Vooral wanneer het vrijwillig, gezellig en afwisselend blijft. Dan profiteren niet alleen de kinderen van opa en oma, maar ook de hersenen van opa en oma zelf.
Bron: Margriet



