Steeds meer Nederlanders blijven actief op de arbeidsmarkt nadat zij de AOW-leeftijd hebben bereikt. Financiële overwegingen spelen daarbij een rol, maar zeker niet uitsluitend. Veel mensen ervaren hun werk als zinvol, houden via werk sociale contacten en vinden houvast in een vast dagritme. Voor deze groep markeert het bereiken van de AOW-leeftijd geen definitief afscheid van werk, maar eerder een nieuw evenwicht tussen pensioen en betaalde arbeid.

De AOW-leeftijd wordt door een groeiende groep gezien als een nieuwe fase, niet als een eindstation. Doorwerken kan zorgen voor extra inkomen, maar ook voor mentale en sociale voordelen. Tegelijkertijd brengt werken naast een AOW-uitkering specifieke regels met zich mee. Die regels hebben betrekking op belasting, loonopbouw en mogelijke gevolgen voor toeslagen. Wie blijft werken, doet er goed aan deze gevolgen vooraf te overzien.
Werken naast AOW toegestaan
Werken naast de AOW is toegestaan en heeft geen invloed op de hoogte van de AOW-uitkering. De uitkering blijft volledig doorlopen, ongeacht het aantal gewerkte uren. Het loon uit arbeid komt hier bovenop. Wel verandert het netto-inkomen ten opzichte van de periode vóór de AOW-leeftijd. Dat verschil ontstaat doordat vanaf de AOW-leeftijd geen AOW-premie meer wordt ingehouden op het loon.
Gevolgen voor loon en premies
Het vervallen van de AOW-premie zorgt er vaak voor dat het netto-inkomen per gewerkt uur stijgt. Tegelijkertijd zijn werkende AOW’ers doorgaans niet meer verzekerd voor WW en WIA. Hierdoor verandert de samenstelling van het loon. De inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zorgverzekeringswet blijft meestal wel gelden. De uiteindelijke impact verschilt per situatie en inkomensniveau.
Effect op toeslagen
Extra inkomsten uit werk kunnen gevolgen hebben voor toeslagen zoals zorgtoeslag en huurtoeslag. Een hoger inkomen kan leiden tot een verlaging of het volledig wegvallen van deze toeslagen. Daardoor kan het financiële voordeel van doorwerken kleiner uitpakken dan verwacht. Een proefberekening via de Belastingdienst geeft vooraf inzicht en voorkomt onaangename verrassingen achteraf.

Belastingdruk bij extra inkomen
Wie naast de AOW werkt, betaalt inkomstenbelasting over het extra verdiende loon. Omdat werkgevers vaak geen rekening houden met ander inkomen, kan een deel van het loon in een hogere belastingschijf vallen. Daardoor wordt gedurende het jaar soms te weinig belasting ingehouden. Bij de jaarlijkse aangifte volgt dan een bijbetaling, die voor sommigen fors kan uitvallen.
Voorlopige aanslag als oplossing
Een manier om belastingproblemen te voorkomen, is het aanvragen van een voorlopige aanslag. Daarmee wordt de verschuldigde belasting alvast in termijnen betaald. Zo wordt voorkomen dat aan het einde van het jaar een groot bedrag ineens moet worden voldaan. Vooral bij hogere bijverdiensten biedt deze aanpak meer financiële rust en overzicht.
Loonheffingskorting vraagt aandacht
De loonheffingskorting kan bij werken naast de AOW voor problemen zorgen. Wordt deze korting toegepast op zowel de AOW-uitkering als het loon, dan ontstaat vrijwel altijd een te hoge korting. Dat leidt tot een naheffing bij de belastingaangifte. In de praktijk is het vaak verstandig de loonheffingskorting alleen toe te passen op de AOW-uitkering.
Arbeidscontracten na AOW
Een arbeidsovereenkomst eindigt niet automatisch bij het bereiken van de AOW-leeftijd. Alleen wanneer een pensioenbeding in het contract is opgenomen, stopt de overeenkomst vanzelf. Ontbreekt dit beding, dan moet de werkgever het contract formeel beëindigen. Voor AOW-gerechtigden gelden versoepelde ontslagregels, waaronder kortere opzegtermijnen.

Afwijkende ketenregeling
De ketenregeling voor tijdelijke contracten wijkt af voor werknemers die de AOW-leeftijd hebben bereikt. Werkgevers mogen maximaal zes tijdelijke contracten aanbieden binnen een periode van vier jaar. Alleen contracten die zijn gestart na het bereiken van de AOW-leeftijd tellen mee. Ontslag na de AOW-leeftijd geeft meestal geen recht op een transitievergoeding, al kunnen cao-afspraken hiervan afwijken.
Ziekte en zelfstandigheid
Bij ziekte gelden aangepaste regels voor werkende AOW’ers. Werkgevers zijn sinds 1 juli 2023 verplicht maximaal zes weken loon door te betalen bij ziekte. Deze regeling loopt door tot 2026 en gaat gepaard met beperkte ontslagbescherming. Voor zelfstandigen gelden andere regels. Zij betalen belasting over hun winst, bouwen geen sociale zekerheid op en moeten zelf zorgen voor financiële buffers of verzekeringen.
