Het isoleren van woningen wordt vaak gepresenteerd als logische stap richting duurzaamheid en lagere energiekosten. Tienduizenden Nederlandse huizen blijken echter isolatieschuim te bevatten dat mogelijk gezondheidsklachten veroorzaakt. Terwijl huishoudens investeren in energiebesparing en lagere energiekosten, groeit de bezorgdheid over de veiligheid van bepaalde isolatiematerialen. De GGD pleit inmiddels voor een verbod op een specifiek type schuim. De discussie raakt zowel huurders als huiseigenaren.

Door stijgende energieprijzen kiezen steeds meer huishoudens voor woningisolatie om de energierekening te verlagen. Met relatief eenvoudige aanpassingen kan al snel een besparing van honderden euro’s per jaar worden gerealiseerd. Duurzaam wonen geldt daarbij als belangrijke pijler binnen de energietransitie. Toch blijkt dat sommige toegepaste isolatiematerialen gezondheidsrisico’s kunnen meebrengen. Daarmee staat de balans tussen milieuvoordeel en veiligheid onder spanning.
Onjuist aangebracht isolatiemateriaal
In een aanzienlijk aantal woningen is isolatieschuim verwerkt dat mogelijk niet volgens de geldende normen is aangebracht. Het gaat onder meer om PUR-schuim, een materiaal dat de afgelopen jaren op grote schaal werd toegepast. Vooral bij het verduurzamen van bestaande woningen werd het product veel gebruikt. Wanneer het schuim niet correct wordt verwerkt, kunnen schadelijke dampen vrijkomen. Dat roept vragen op over toezicht en kwaliteitscontrole.
Gezondheidsklachten bij bewoners
Onderzoek van het televisieprogramma Zembla wijst uit dat op zeker zeven woonlocaties gezondheidsklachten zijn gemeld. Het betreft zowel huurwoningen als koopwoningen verspreid over het land. Bewoners melden uiteenlopende symptomen die verband houden met het isolatieschuim. De meldingen variëren in ernst en duur. De bevindingen hebben geleid tot bredere aandacht voor mogelijke risico’s.
Klachten die worden genoemd zijn onder meer benauwdheid, hoofdpijn en huidproblemen zoals eczeem. Deze symptomen kunnen optreden wanneer tijdens het aanbrengen of uitharden dampen vrijkomen. Vooral mensen met bestaande luchtwegproblemen lijken extra gevoelig voor deze stoffen. Deskundigen onderzoeken momenteel hoe groot het probleem werkelijk is. Ook wordt bekeken of het schuim in de betreffende woningen daadwerkelijk onjuist is aangebracht.

Wat is PUR-isolatieschuim?
PUR staat voor polyurethaan en wordt als vloeibare substantie in kruipruimtes of onder vloeren gespoten. Na het aanbrengen zet het materiaal uit tot een harde isolerende laag. Die eigenschap maakt het product populair bij isolatiebedrijven. Het schuim dicht naden en kieren effectief af. Daardoor verbetert de thermische isolatie van de woning aanzienlijk.
Bij het aanbrengen worden twee chemische componenten gemengd, waaronder isocyanaten. Tijdens deze chemische reactie hardt het schuim uit en ontstaat een vaste structuur. Wanneer dit proces volledig en volgens richtlijnen verloopt, geldt het eindproduct als veilig. Problemen ontstaan vooral wanneer het mengproces of de uitharding niet correct plaatsvindt. Dan kunnen schadelijke stoffen in de lucht vrijkomen.
UF-schuim en formaldehyde
Naast PUR is op sommige locaties ook UF-schuim toegepast, een isolatiemateriaal op basis van ureum-formaldehyde. Dit type schuim bevat formaldehyde, een stof die voorkomt op de lijst van Zeer Zorgwekkende Stoffen. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu vermeldt formaldehyde vanwege de mogelijke gezondheidsrisico’s. Internationale gezondheidsinstanties beschouwen langdurige blootstelling als kankerverwekkend. Daarmee krijgt de discussie een extra dimensie.
Formaldehyde kan bij verhoogde concentraties leiden tot irritatie van ogen en luchtwegen. Bij langdurige blootstelling bestaat volgens internationale classificaties een verhoogd risico op kanker. De aanwezigheid van deze stof in woonruimtes roept daarom ernstige vragen op. Zeker wanneer bewoners langdurig aan verhoogde waarden worden blootgesteld. Dat maakt zorgvuldig toezicht en regelgeving essentieel.

Oproep tot verbod
De GGD pleit voor een verbod op het gebruik van UF-schuim. In een uitzending van Zembla op NPO 2 stelt milieu-epidemioloog Jeroen de Hartog van GGD Utrecht dat het risico al jaren bekend is. Volgens hem moet het gebruik van dit type schuim stoppen. De oproep vergroot de druk op beleidsmakers. De kwestie krijgt daardoor ook politieke aandacht.
In Dalfsen staan twee appartementencomplexen inmiddels drie jaar leeg vanwege te hoge formaldehydeconcentraties. Bewoners mochten daar niet terugkeren omdat de waarden als onveilig werden beschouwd. Op andere locaties gelden beperkingen voor bepaalde ruimtes in woningen. Sommige kamers mogen niet worden gebruikt wegens verhoogde concentraties. Dat heeft ingrijpende gevolgen voor bewoners.
Historische kennis over risico’s
Dat formaldehyde gezondheidsrisico’s kan opleveren, is al bijna vijftig jaar bekend. In 1980 overwoog het ministerie van Volksgezondheid een verbod op UF-schuim. Dat verbod kwam uiteindelijk niet tot stand. Volgens onderzoek van Zembla speelde een lobby van chemieconcern Akzo daarbij een rol. Het bedrijf was producent van formaldehyde.
De discussie uit het verleden werpt een schaduw over de huidige situatie. Het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening laat weten eerst het lopende GGD-onderzoek af te wachten. Pas daarna wordt gekeken naar mogelijke vervolgstappen of aangepaste regelgeving. Daarmee blijft voor veel bewoners onzekerheid bestaan. De uitkomst van het onderzoek kan bepalend zijn voor toekomstig beleid.
Balans tussen duurzaamheid en veiligheid
De kwestie rond isolatieschuim raakt aan een bredere spanning binnen duurzaam bouwen. Huishoudens investeren in woningisolatie om energie te besparen en bij te dragen aan de energietransitie. Tegelijkertijd mag gezondheidsbescherming niet ondergeschikt raken aan milieudoelstellingen. De situatie onderstreept het belang van strenge kwaliteitsnormen en transparantie. Alleen zo kan duurzaam wonen daadwerkelijk veilig worden gerealiseerd.
