De afgelopen jaren ging er in het onderwijs veel aandacht naar taal én rekenen. Scholen kregen extra geld, nieuwe plannen en ondersteuning om leerlingen beter te helpen. Toch kiest het kabinet nu voor een andere richting. De nadruk komt voortaan vooral op taal te liggen.

Dat is een opvallende keuze, omdat er de afgelopen jaren honderden miljoenen euro’s zijn uitgegeven. Dat geld was bedoeld om kinderen beter te leren lezen, schrijven en rekenen. Toch zijn de resultaten volgens het kabinet niet goed genoeg. Daarom wordt het bestaande plan aangepast.
Vooral het leesniveau van Nederlandse jongeren baart zorgen. Steeds meer leerlingen hebben moeite met teksten die eigenlijk bij hun leeftijd passen. Dat probleem speelt niet alleen op de basisschool, maar ook in het voortgezet onderwijs. Het kabinet vindt dat er daarom sneller en scherper moet worden ingegrepen.
Rekenen blijft belangrijk, maar krijgt voorlopig minder nadruk. De gedachte is dat taal de basis vormt voor bijna alles op school. Wie goed kan lezen, begrijpt opdrachten beter. Dat helpt niet alleen bij Nederlands, maar ook bij vakken als geschiedenis, biologie en wiskunde.
Leesniveau blijft achter
Al kort na de coronaperiode werd duidelijk dat veel leerlingen achterstanden hadden opgelopen. Scholen merkten dat leerlingen moeite hadden met lezen, schrijven en rekenen. Er kwamen daarom extra maatregelen om die basisvaardigheden te verbeteren. Toch is het probleem daarmee niet opgelost.
Uit recent onderzoek blijkt dat een derde van de Nederlandse 15-jarigen het basisniveau voor lezen niet haalt. Dat betekent dat zij moeite hebben met eenvoudige teksten. Ze kunnen bijvoorbeeld problemen krijgen met het begrijpen van een formulier, nieuwsbericht of schoolopdracht. Dat is zorgelijk, omdat lezen in het dagelijks leven overal terugkomt.
Een zwak leesniveau heeft gevolgen voor de rest van de schooltijd. Leerlingen die teksten niet goed begrijpen, lopen sneller vast bij andere vakken. Ze snappen vragen minder goed en hebben meer moeite met uitleg in boeken. Daardoor kunnen achterstanden steeds groter worden.
Ook buiten school kan dat later problemen geven. Wie moeite heeft met lezen, kan lastiger meedoen in de samenleving. Denk aan werk zoeken, brieven begrijpen of informatie over zorg en geld lezen. Daarom ziet het kabinet taal niet alleen als schoolvak, maar als een belangrijke basis voor de toekomst.
Volgens het kabinet kan Nederland zich niet veroorloven dat deze basis onvoldoende is. De leerlingen van nu zijn de volwassenen van straks. Als zij niet goed kunnen lezen en schrijven, raakt dat uiteindelijk de hele samenleving. Daarom wordt taal nu bovenaan de lijst gezet.
Extra geld leverde te weinig op
De afgelopen jaren kregen scholen veel geld om de basisvaardigheden te versterken. Daarmee konden zij bijvoorbeeld leescoaches en rekencoaches inzetten. Ook werden lesmethodes vernieuwd en konden scholen extra begeleiding organiseren. Het idee was dat leerlingen daardoor sneller vooruit zouden gaan.
Toch blijkt nu dat die aanpak niet genoeg heeft opgeleverd. De resultaten blijven achter bij wat het kabinet had gehoopt. Staatssecretaris Judith Tielen heeft daarover een brief gestuurd aan de Tweede Kamer. Daarin schrijft zij dat de huidige plannen te weinig effect hebben gehad.
Dat betekent niet dat alle inspanningen voor niets zijn geweest. Op veel scholen is hard gewerkt aan beter onderwijs. Leraren, begeleiders en schoolleiders hebben geprobeerd leerlingen extra te ondersteunen. Toch is het totaalbeeld volgens het kabinet nog steeds onvoldoende.
Daarom wordt de koers aangepast. In plaats van taal en rekenen ongeveer evenveel aandacht te geven, komt taal nu duidelijk op de eerste plaats. Het kabinet wil dat scholen daar meer gericht mee aan de slag gaan. Daarbij gaat het niet alleen om meer lessen Nederlands.
De bedoeling is dat taal overal in het onderwijs terugkomt. Leerlingen moeten niet alleen beter leren lezen tijdens de taalles. Ze moeten ook bij andere vakken leren hoe ze teksten begrijpen, informatie verwerken en goede antwoorden formuleren. Zo wordt taal een taak van de hele school.
Taal moet in alle vakken terugkomen
Een van de belangrijkste veranderingen is dat taalonderwijs breder wordt bekeken. Niet alleen de docent Nederlands is verantwoordelijk voor taal. Ook andere docenten krijgen daar een rol in. Een docent aardrijkskunde, geschiedenis of techniek moet dus ook letten op taalontwikkeling.
Dat klinkt misschien logisch, maar in de praktijk gebeurt dat niet altijd vanzelf. Bij veel vakken moeten leerlingen lange teksten lezen. Ze moeten begrippen begrijpen, antwoorden opschrijven en uitleg geven. Als zij taal lastig vinden, wordt ook dat vak moeilijker.
Door taal in alle vakken mee te nemen, wil het kabinet leerlingen vaker laten oefenen. Een leerling leert dan niet alleen bij Nederlands hoe een tekst werkt. Ook bij andere lessen wordt aandacht besteed aan woorden, zinnen en begrip. Daardoor kan taal onderdeel worden van de dagelijkse schoolroutine.
Dat vraagt wel iets van leraren. Zij moeten weten hoe zij taal kunnen ondersteunen binnen hun eigen vak. Niet iedere docent is daarvoor opgeleid. Daarom wordt ook gekeken naar lerarenopleidingen. Daar moet leesonderwijs een grotere plek krijgen.
Nieuwe leraren moeten beter worden voorbereid op taalproblemen in de klas. Zij moeten herkennen wanneer leerlingen moeite hebben met lezen. Ook moeten zij weten hoe zij teksten begrijpelijk kunnen maken. Zo wil het kabinet voorkomen dat taalachterstanden blijven groeien.
Meer aandacht voor lezen op school
Het kabinet wil ook meer doen met bibliotheken op scholen. Een goede schoolbibliotheek kan kinderen helpen om vaker te lezen. Niet iedere school heeft nu een eigen bieb of genoeg aantrekkelijke boeken. Daar wil het kabinet verandering in brengen.
Een schoolbibliotheek kan leerlingen makkelijker in contact brengen met boeken. Zeker kinderen die thuis weinig lezen, kunnen daar veel aan hebben. Als boeken dichtbij zijn, pakken leerlingen sneller iets op. Ook kan een leraar makkelijker boeken koppelen aan lessen.
Daarbij gaat het niet alleen om moeilijke boeken. Juist boeken die aansluiten bij de leeftijd en interesse van kinderen zijn belangrijk. Een leerling die lezen leuker gaat vinden, leest vaker. En wie vaker leest, wordt meestal ook beter in taal.
Scholen kunnen met extra ondersteuning hun aanbod verbeteren. Een bestaande schoolbieb kan worden uitgebreid of vernieuwd. Scholen zonder bibliotheek kunnen er misschien één opzetten. Zo moet lezen zichtbaarder worden in de school.
Voor ouders zullen sommige veranderingen duidelijk merkbaar zijn. Kinderen kunnen bijvoorbeeld vaker boeken mee naar huis nemen. Ook kunnen scholen meer aandacht vragen voor lezen buiten de les. Andere maatregelen blijven meer achter de schermen, zoals aanpassingen in opleidingen en beleid.
Toch draait alles om hetzelfde doel. Leerlingen moeten sterker worden in taal. Het kabinet denkt dat dit de basis is voor beter leren, beter meedoen en meer kansen later. Daarom worden de plannen opnieuw ingericht, met taal als duidelijke prioriteit.
Bron: KEKMAMA


