Veel automobilisten kennen het gevoel. Je rijdt een snelweg op en ziet een bord dat aangeeft dat er een trajectcontrole begint. Vaak halen bestuurders dan automatisch hun voet van het gaspedaal, omdat ze weten dat de snelheid op dat stuk extra streng wordt gecontroleerd.
Toch weten veel mensen niet precies hoe trajectcontroles eigenlijk werken. En nog opvallender: op sommige momenten staan deze controles zelfs tijdelijk uit. Dat heeft alles te maken met de wisselende maximumsnelheden op Nederlandse snelwegen. In theorie zijn er korte momenten waarop een trajectcontrole geen boetes kan registreren. Maar hoe zit dat precies?

Hoe een trajectcontrole werkt
Een trajectcontrole werkt anders dan een gewone flitspaal. Bij een flitspaal wordt je snelheid op één specifiek punt gemeten. Rij je daar te hard, dan word je geflitst. Bij een trajectcontrole gebeurt dat anders. Het systeem kijkt namelijk naar je gemiddelde snelheid over een langere afstand.
Aan het begin van het traject staat een camera die het kenteken van je auto registreert. Dat gebeurt automatisch. Wanneer je het einde van het traject bereikt, wordt je kenteken opnieuw geregistreerd. Het systeem berekent vervolgens hoeveel tijd je nodig had om dat stuk weg af te leggen.
Op basis van die tijd wordt je gemiddelde snelheid berekend. Als die snelheid hoger is dan de toegestane maximumsnelheid, krijg je een boete. Een simpel voorbeeld maakt het duidelijk. Stel dat een trajectcontrole tien kilometer lang is en de maximumsnelheid 100 kilometer per uur bedraagt.
Wanneer je precies 6 minuten over dat traject doet, heb je gemiddeld 100 kilometer per uur gereden. Dat is precies toegestaan. Doe je er korter over, bijvoorbeeld 5 minuten en 30 seconden, dan ligt je gemiddelde snelheid hoger en kan er een boete volgen.
Waarom trajectcontroles vaak effectief zijn
Trajectcontroles worden door verkeersdeskundigen gezien als een van de meest effectieve manieren om snelheid te handhaven. Dat komt doordat bestuurders niet alleen op één punt moeten afremmen, maar hun snelheid over een langere afstand moeten aanpassen.
Bij flitspalen zie je vaak dat automobilisten vlak voor de paal remmen en daarna weer versnellen. Bij een trajectcontrole werkt dat niet, omdat je gemiddelde snelheid wordt gemeten. Hierdoor blijven automobilisten meestal gedurende het hele traject binnen de maximumsnelheid. Dat heeft ook een positief effect op de verkeersveiligheid. Minder snelheidsverschillen tussen voertuigen zorgen namelijk voor een rustiger verkeersbeeld.
De uitdaging van variabele snelheden
Het systeem van trajectcontroles werd een stuk ingewikkelder toen Nederland variabele maximumsnelheden invoerde. Sinds enkele jaren geldt overdag op veel snelwegen een maximumsnelheid van 100 kilometer per uur. In de avond en nacht mag op sommige wegen weer 120 of 130 kilometer per uur worden gereden.
Deze wisseling vindt meestal plaats om 19:00 uur in de avond en om 06:00 uur in de ochtend. Voor trajectcontroles levert dat een technisch probleem op. Het systeem meet namelijk de gemiddelde snelheid tussen twee punten.
Maar wat gebeurt er als je een trajectcontrole binnenrijdt terwijl de maximumsnelheid nog 100 kilometer per uur is, en deze onderweg verandert naar 130 kilometer per uur? Moet het systeem dan rekenen met de oude snelheid, de nieuwe snelheid of een combinatie van beide?
Daarom staan trajectcontroles soms tijdelijk uit
Om dit probleem op te lossen is gekozen voor een verrassend simpele oplossing. Op snelwegen waar de maximumsnelheid om 19:00 uur verandert, worden trajectcontroles tijdelijk uitgeschakeld. Dat gebeurt meestal tussen ongeveer 18:55 en 19:05 uur. Tijdens die korte periode worden er geen snelheidsmetingen gedaan. Het systeem registreert dan geen gemiddelde snelheid en kan dus ook geen boetes uitschrijven.
De reden hiervoor is dat het technisch ingewikkeld zou zijn om precies te berekenen welke snelheid op welk moment van het traject gold. Door het systeem tijdelijk uit te zetten, wordt voorkomen dat er verkeerde boetes worden uitgedeeld.
In theorie kun je dan niet worden geflitst
Omdat de trajectcontrole in die minuten geen metingen uitvoert, kan het systeem in die periode geen snelheidsovertredingen vastleggen. In theorie betekent dit dat je op dat moment niet door de trajectcontrole kunt worden beboet.
Dat betekent echter niet dat je onbeperkt hard kunt rijden. Er zijn namelijk nog andere vormen van snelheidscontrole. Langs de weg kunnen bijvoorbeeld mobiele flitsers staan. Ook kan de politie met radarcontroles controleren hoe hard automobilisten rijden. Daarnaast kunnen onopvallende politieauto’s op de snelweg rijden die snelheidsovertredingen registreren.
Hoewel de trajectcontrole zelf tijdelijk uit staat, blijft het dus mogelijk dat je alsnog een boete krijgt.
Dezelfde situatie geldt vaak in de ochtend
De maximumsnelheid verandert niet alleen in de avond, maar ook in de ochtend. Om 06:00 uur gaat op veel snelwegen de maximumsnelheid weer omlaag naar 100 kilometer per uur. Het ligt voor de hand dat rond dit tijdstip een vergelijkbare situatie ontstaat.
Daarom wordt aangenomen dat trajectcontroles rond dit moment ook tijdelijk worden uitgeschakeld. Waarschijnlijk gebeurt dat ongeveer tussen 05:55 en 06:05 uur. Ook dan geldt dat het systeem tijdelijk geen gemiddelde snelheid berekent.
Niet op alle snelwegen geldt dit
Het is belangrijk om te weten dat deze tijdelijke uitschakeling niet op alle snelwegen van toepassing is. Op wegen waar de maximumsnelheid de hele dag hetzelfde blijft, blijven trajectcontroles gewoon actief. Als de maximumsnelheid bijvoorbeeld 24 uur per dag 100 kilometer per uur is, hoeft het systeem nooit aangepast te worden.
In dat geval blijven de camera’s dus continu meten. Het korte moment waarop trajectcontroles uit staan, komt alleen voor op trajecten waar de maximumsnelheid daadwerkelijk verandert.
Waarom trajectcontroles steeds vaker worden gebruikt
Nederland heeft inmiddels tientallen trajectcontroles op snelwegen en andere belangrijke wegen. Ze worden vaak geplaatst op locaties waar eerder veel snelheidsovertredingen plaatsvonden of waar de verkeersveiligheid verbeterd moet worden.
Ook in tunnels en op drukke ringwegen worden trajectcontroles regelmatig gebruikt.De reden is simpel. Uit onderzoek blijkt dat bestuurders hun snelheid beter aanpassen wanneer hun gemiddelde snelheid wordt gecontroleerd. Dat zorgt voor rustiger verkeer en minder ongelukken.
Waarom te hard rijden alsnog riskant blijft
Hoewel het interessant is dat trajectcontroles op bepaalde momenten tijdelijk uit staan, blijft het riskant om te hard te rijden. Niet alleen vanwege mogelijke flitsers of politiecontroles, maar ook vanwege de veiligheid. Hogere snelheden vergroten de kans op ongelukken en maken de gevolgen vaak ernstiger.
Daarnaast kan één moment van onoplettendheid al genoeg zijn om een boete te krijgen. Zelfs wanneer een trajectcontrole tijdelijk uitgeschakeld is, kan een losse flitspaal of mobiele controle alsnog een overtreding registreren.
Een bijzonder detail van het Nederlandse wegennet
De tijdelijke uitschakeling van trajectcontroles rond de wisseling van de maximumsnelheid is een opvallend detail van het Nederlandse verkeerssysteem. Het laat zien hoe ingewikkeld het kan zijn om moderne verkeersregels technisch te handhaven.
Door het systeem even uit te schakelen, wordt voorkomen dat automobilisten onterecht een boete krijgen wanneer de maximumsnelheid precies tijdens hun rit verandert. Voor veel automobilisten is dit een interessant weetje dat maar weinig mensen kennen. Maar hoe interessant het ook klinkt, het blijft natuurlijk verstandig om gewoon de maximumsnelheid aan te houden wanneer je door een trajectcontrole rijdt.
