Je denkt dat je alles goed doet. Dat je netjes je taken uitvoert, je deadlines haalt en zelfs bereikbaar bent als het nodig is. Maar één gemiste oproep en je hele werkleven verandert in een nachtmerrie.
Vorige week was het mijn thuiswerkdag. Een dag waarop ik, zoals altijd, vroeg begon, mijn takenlijst afwerkte en tussendoor even de stofzuiger pakte. Want hé, als ik thuiswerk, kan ik net zo goed de productieve flow benutten om mijn huis op orde te houden. Terwijl ik bezig was, hoorde ik vaag mijn telefoon overgaan. Maar ja, boven het geluid van de stofzuiger uit? Geen kans. Tegen de tijd dat ik de telefoon vond, was het te laat: gemiste oproep van mijn baas.
“Ik bel straks wel terug,” dacht ik nog. Maar voor ik dat kon doen, kreeg ik al een e-mail: “Myrthe, kom morgen even bij me langs op kantoor.”
Mijn hart sloeg een slag over. Dit kon niet veel goeds betekenen.
De volgende ochtend liep ik het kantoor binnen en werd ik meteen naar de vergaderruimte geroepen. Daar zat mijn baas, armen over elkaar, een streng gezicht. “Waarom was je gisteren onbereikbaar?” vroeg hij.
Ik legde uit wat er was gebeurd, in de veronderstelling dat het een klein misverstand was. Maar nee, hij keek me aan alsof ik had toegegeven dat ik de staatskas had leeggeroofd. “Dat is niet acceptabel,” zei hij kort.
En toen kwam de klap: ik mocht niet meer thuiswerken. Vanaf nu moest ik élke werkdag op kantoor zijn. En alsof dat nog niet erg genoeg was, kreeg ik ook nog een officiële waarschuwing. Mijn eerste ooit. Omdat ik niet binnen vijf seconden mijn telefoon had opgenomen.
“Dit kan niet waar zijn,” wilde ik zeggen, maar ik wist dat protesteren geen zin had. Dus ik knikte maar.
En nu zit ik hier. Op kantoor, terwijl mijn collega’s nog steeds lekker afwisselend thuis kunnen werken. Mijn laptop open, mijn motivatie in de prullenbak.
Was ik dan echt zo fout? Had ik met de stofzuiger in de ene hand en de telefoon in de andere moeten werken? Of moet je als werknemer tegenwoordig je telefoon aan je vastplakken en bij elk trilletje springen?
Misschien ben ik naïef. Misschien werkt de wereld zo. Maar één ding weet ik zeker: als dit de norm is, dan weet ik niet of ik in deze wereld wil blijven werken.