De plannen van de nieuwe coalitie van D66, VVD en CDA zetten de AOW-leeftijd in een hogere versnelling. Door een aangepaste rekenmethode schuift het moment waarop de grens van 70 jaar wordt bereikt aanzienlijk naar voren. Waar die mijlpaal onder het huidige stelsel pas in 2069 zou worden gehaald, ligt dat punt volgens de coalitieplannen al in 2054. Daarmee wordt een fundamentele koerswijziging zichtbaar binnen het pensioenbeleid.

De gevolgen van deze wijziging raken vooral mensen die in of na 1984 zijn geboren. Voor hen verschuift het recht op AOW minimaal een jaar naar achteren. De versnelde stijging vloeit voort uit een nieuwe koppeling tussen levensverwachting en pensioenleeftijd. Daardoor loopt de AOW-leeftijd sneller op dan tot nu toe het geval was. Vooral jongere generaties krijgen daardoor te maken met een langere periode van doorwerken.
Rekenwerk op basis van CBS-cijfers
De impact van het coalitiebeleid is doorgerekend door De Telegraaf, met gebruik van prognoses van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Uit die berekeningen blijkt dat de huidige wettelijke methode een beduidend gematigder stijging kent. In dat systeem wordt slechts een deel van de toename van de levensverwachting vertaald naar de AOW-leeftijd. Daardoor schuift het bereiken van 70 jaar onder de bestaande regels verder naar de toekomst.
Digitale rekentool maakt effect zichtbaar
Ook een online rekentool van de Sociale Verzekeringsbank bevestigt de verschuiving die de plannen veroorzaken. Wanneer de nieuwe systematiek wordt toegepast, komt de pensioenleeftijd in 2054 al uit op 70 jaar. Dat vormt een duidelijke breuk met de huidige lijn. Nu verloopt de stijging geleidelijker en wordt deze over een langere periode uitgesmeerd, waardoor schokken in het systeem worden beperkt.
Structurele besparing voor de schatkist
Volgens de coalitie levert de aangescherpte koppeling een forse besparing op voor de overheidsfinanciën. Op termijn zou het gaan om een structureel bedrag van 2,8 miljard euro. Die besparing ontstaat doordat mensen later AOW ontvangen en langer actief blijven op de arbeidsmarkt. De maatregel past daarmee binnen een bredere strategie om de kosten van vergrijzing beheersbaar te houden.
Hoe de AOW-leeftijd nu wordt bepaald
In de huidige situatie stelt het ministerie van Sociale Zaken jaarlijks de AOW-leeftijd vast. Daarbij wordt vijf jaar vooruitgekeken en uitgegaan van de levensverwachting van 65-jarigen. De berekeningswijze ligt vast in de wet. Twee derde van de stijging van de levensverwachting wordt daarbij doorvertaald naar de AOW-leeftijd, wat zorgt voor een gedempte en voorspelbare ontwikkeling.
Nieuwe formule vanaf 2033
De coalitie wil deze wettelijke formule vanaf 2033 aanpassen. In plaats van twee derde wordt dan de volledige stijging van de levensverwachting meegenomen. Deze een-op-een-koppeling zorgt ervoor dat de pensioenleeftijd sneller oploopt. Volgens de initiatiefnemers sluit dit beter aan bij demografische trends en de aanhoudende stijging van de levensduur. Daarmee verandert de AOW-leeftijd structureel van tempo.

Schurende afspraken uit het verleden
De aanpassing raakt direct aan afspraken die in 2019 zijn vastgelegd in het pensioenakkoord. Destijds werd juist gekozen voor een mildere koppeling om draagvlak te creëren. Premier Mark Rutte sprak toen nog van een directe koppeling als “hysterisch”. Om vakbonden tegemoet te komen, werd bewust gekozen voor een afgezwakte formule, waarmee rust rond de pensioenleeftijd moest worden bereikt.
Wantrouwen bij vakbonden groeit
Bij vakbond FNV wordt de koerswijziging met grote argwaan gevolgd. Toenmalig FNV-onderhandelaar Tuur Elzinga spreekt openlijk van een vertrouwensbreuk. „Het pensioenakkoord was een precair bouwwerk. Om met Rutte te spreken: een kwetsbaar vaasje dat makkelijk kapot gaat. Mensen zijn er grommend mee akkoord gegaan.” Die woorden onderstrepen het broze draagvlak dat destijds bestond.
Discussie weer volledig open
Elzinga waarschuwt dat de relatieve rust rond de AOW-leeftijd nu verdwenen is. „De deksel gaat nu weer van de put, de doos van Pandora is geopend”, stelt hij. „Wie voelt zich nu nog gebonden aan dat pensioenakkoord? Ik voorspel dat er weer grote groepen mensen zijn die de strijd aangaan over de AOW-leeftijd en gaan pleiten dat 67 jaar 67 jaar moet blijven. Die discussie ligt weer helemaal open.”
Zichtbare effecten op korte termijn
De AOW-leeftijd ligt momenteel op 67 jaar. In 2028 stijgt die naar 67 jaar en drie maanden. Volgens berekeningen zou de leeftijd in 2034 onder de huidige methode uitkomen op 67 jaar en zes maanden. Met de nieuwe systematiek wordt datzelfde niveau echter al een jaar eerder bereikt. Daarmee wordt de versnelling al binnen afzienbare tijd concreet merkbaar.
Groeiend verschil richting midden eeuw
In de jaren daarna loopt het verschil tussen beide systemen verder op. In 2054 bedraagt het gat een volledig jaar. Onder de huidige methode zou de AOW-leeftijd dan 69 jaar zijn. De coalitieplannen gaan in datzelfde jaar uit van 70 jaar. Voor iemand die in 1984 is geboren betekent dit concreet een jaar langer doorwerken voordat de AOW ingaat.
Langetermijnbeeld tot 2070
Het CBS maakt prognoses van de levensverwachting tot en met 2070. In dat jaar zou de AOW-leeftijd onder de nieuwe systematiek uitkomen op 71 jaar en zes maanden. Volgens de bestaande formule blijft die leeftijd steken op 70 jaar. Dit verschil illustreert hoe sterk de gekozen rekenmethode doorwerkt over langere tijd. Kleine aanpassingen hebben grote gevolgen.

Technische bevestiging door actuaris
Actuaris Egbert Kromme, voormalig partner bij KPMG, bevestigt dat de berekeningen technisch kloppen. „Op basis van de CBS-data klopt het dat de verwachte AOW-leeftijd in 2054 naar 70 jaar gaat, als de factor 2/3 wordt weggelaten.” Met die constatering onderstreept hij de logica achter de cijfers. Tegelijk laat het zien hoe bepalend beleidskeuzes zijn.
Voorbehoud vanuit het ministerie
Een woordvoerder van het ministerie plaatst wel een kanttekening bij de uitkomsten. De berekeningen kunnen niet officieel worden bevestigd, „omdat we die leeftijd altijd vijf jaar van tevoren pas vaststellen”. Daarbij wordt gewezen op jaarlijkse bijstellingen van de levensverwachting door het CBS. In recente jaren viel die verwachting lager uit, mede door corona, wat de stijging tijdelijk afremde.
Uitleg vanuit het CDA
CDA-leider Henri Bontenbal benadrukt dat volgens hem geen sprake is van een versobering van de AOW. „Door de inzet van het CDA kunnen we zeggen: de AOW blijft ongemoeid”, verklaarde hij op het partijcongres. Volgens Bontenbal gaat de snellere stijging pas in na afloop van de looptijd van het pensioenakkoord. Daarmee probeert hij zorgen binnen de achterban te temperen.
Politiek gevoelig dossier blijft liggen
Ondanks die uitleg is duidelijk dat de plannen de discussie over de AOW-leeftijd opnieuw hebben aangewakkerd. De combinatie van een versnelde stijging, grote financiële belangen en eerdere afspraken maakt het dossier politiek gevoelig. De komende jaren zal blijken of deze koers standhoudt. Maatschappelijke druk en onderhandelingen kunnen alsnog leiden tot bijsturing van de pensioenleeftijd.
