Geld schenken aan kinderen kan in de toekomst een stuk duurder worden. Binnen het ministerie van Financiën wordt namelijk kritisch gekeken naar de huidige belastingvrijstelling. Ouders mogen ieder jaar een bedrag schenken zonder dat hun kind belasting betaalt. Die regeling zou vooral voordelig zijn voor gezinnen met veel vermogen. Daarom ligt een verlaging of volledige afschaffing op tafel.
Op dit moment kunnen ouders jaarlijks duizenden euro’s belastingvrij overmaken aan hun kind. Dat geldt ook voor pleegkinderen en stiefkinderen. Vooral ouders die jarenlang schenken, kunnen zo veel vermogen zonder belasting overdragen. Volgens ambtenaren vergroot dat de financiële verschillen tussen gezinnen. Kinderen van minder rijke ouders profiteren nauwelijks van deze mogelijkheid.
Jaarlijkse vrijstelling mogelijk verlaagd
Ouders mogen dit jaar 6.908 euro belastingvrij aan hun kind schenken. Over dat bedrag hoeft het kind geen schenkbelasting te betalen. Wordt er meer geschonken, dan kan over het extra bedrag belasting verschuldigd zijn. Veel ouders gebruiken de jaarlijkse vrijstelling om hun kinderen financieel te ondersteunen. Het geld wordt bijvoorbeeld gebruikt voor een studie, auto of woning.
De regeling staat echter steeds meer ter discussie. Ambtenaren van het ministerie van Financiën onderzochten wie er vooral gebruik van maakt. Daaruit blijkt dat vermogende gezinnen het grootste voordeel behalen. Zij hebben voldoende spaargeld of beleggingen om ieder jaar opnieuw te schenken. Hierdoor kunnen zij in tientallen jaren grote bedragen belastingvrij overdragen.
Gezinnen met weinig spaargeld kunnen dat meestal niet. Zij hebben hun inkomen en vermogen vaak zelf nodig. Hun kinderen ontvangen daardoor geen jaarlijkse schenking en missen het belastingvoordeel. Volgens de ambtenaren draagt de regeling daarom bij aan grotere vermogensverschillen. De financiële voorsprong van rijkere kinderen wordt op deze manier verder versterkt.
Het advies is daarom om de vrijstelling stevig te verlagen. Volledig afschaffen behoort eveneens tot de mogelijkheden. Ouders zouden dan over vrijwel iedere schenking belasting moeten betalen. Dat kan vooral gevolgen hebben voor mensen die ieder jaar geld overmaken. Een definitief besluit hierover is nog niet genomen.
Wanneer de vrijstelling verdwijnt, levert dat de overheid extra inkomsten op. Volgens de berekeningen gaat het om ongeveer 60 miljoen euro per jaar. Dat geld kan vervolgens worden gebruikt voor andere uitgaven of belastingverlagingen. Tegenstanders vinden echter dat ouders zelf moeten bepalen wat zij met hun spaargeld doen. Zij vrezen dat gezinnen hierdoor opnieuw belasting betalen over hetzelfde vermogen.
Eenmalige hogere schenking blijft bestaan
Naast de jaarlijkse vrijstelling bestaat er ook een hogere eenmalige vrijstelling. Ouders kunnen hun kind één keer een groter bedrag belastingvrij schenken. Deze grens ligt momenteel op 33.129 euro. Aan deze mogelijkheid lijkt voorlopig niets te veranderen. De discussie richt zich vooral op de jaarlijkse belastingvrije schenking.
De eenmalige vrijstelling wordt vaak gebruikt als financiële steun bij een grote stap. Denk aan de aankoop van een woning of een dure opleiding. Ouders kunnen hun kind hiermee een flinke duw in de goede richting geven. De schenking hoeft niet altijd uitsluitend aan een huis te worden besteed. Wel gelden er voorwaarden, zoals de leeftijd van de ontvanger.
Voor schenkingen aan andere mensen geldt een veel lager belastingvrij bedrag. Iemand mag jaarlijks 2.769 euro ontvangen zonder schenkbelasting. Dat geldt bijvoorbeeld voor een kleinkind, broer, zus of goede vriend. Boven die grens moet de ontvanger mogelijk belasting betalen. Het belastingtarief hangt af van de familieband en de hoogte van de schenking.
Ouders die hun kinderen regelmatig ondersteunen, moeten de ontwikkelingen daarom goed volgen. Een verandering kan grote gevolgen hebben voor hun financiële planning. Dat geldt vooral wanneer zij over meerdere jaren vermogen willen overdragen. Door ieder jaar de vrijstelling te gebruiken, kan nu nog veel belasting worden bespaard. Die mogelijkheid kan binnenkort aanzienlijk kleiner worden.
Het is nog onzeker wanneer een wijziging precies zou ingaan. Ook is onbekend hoe hoog een nieuwe vrijstelling dan wordt. Het kabinet kan kiezen voor een kleine verlaging of een volledige afschaffing. Een overgangsregeling is eveneens mogelijk. Ouders hoeven daarom nog niet direct in paniek te raken.
Hoogleraar begrijpt vrijstelling niet
Hoogleraar overheidsfinanciën Bas Jacobs vindt het geen probleem wanneer de vrijstelling helemaal verdwijnt. Hij begrijpt volgens eigen zeggen weinig van dit soort belastingvoordelen. Vrijstellingen zorgen namelijk voor minder inkomsten voor de overheid. Dat bedrag moet vervolgens ergens anders worden opgehaald. Vaak gebeurt dat via belastingen op werken, ondernemen of consumeren.
Volgens Jacobs komen de voordelen vooral terecht bij mensen met veel vermogen. Zij hebben meestal voldoende geld om grote bedragen te schenken. Gezinnen die minder te besteden hebben, maken nauwelijks gebruik van de regeling. Daardoor ontvangen vooral mensen die het voordeel minder nodig hebben een belastingbesparing. Dat vindt de hoogleraar lastig te verdedigen.
Jacobs maakt ook onderscheid tussen verschillende soorten belasting. Inkomstenbelasting en winstbelasting kunnen volgens hem schadelijk zijn voor de economie. Hoge tarieven kunnen mensen ontmoedigen om meer te werken. Ook ondernemers kunnen minder snel investeren of risico’s nemen. Belastingen op erfenissen en schenkingen zouden minder invloed hebben op zulke keuzes.
De ontvanger van een erfenis heeft volgens Jacobs niet voor dat geld gewerkt. Daarom kan het economisch logischer zijn om dat vermogen zwaarder te belasten. Tegelijkertijd kan de belasting op werk dan omlaag. Zo blijft werken financieel aantrekkelijker. Ook ondernemen en investeren kunnen daardoor meer worden beloond.
Vermogende families maken bovendien vaak gebruik van fiscale adviseurs. Zij zoeken manieren om vermogen zo voordelig mogelijk over te dragen. Dat gebeurt soms al jarenlang voor het overlijden van de ouders. Door gebruik te maken van vrijstellingen blijft een groot deel buiten de belastingheffing. Gezinnen zonder adviseur hebben die mogelijkheden vaak minder.
Spaarders vinden dubbele belasting oneerlijk
Toch is er ook veel kritiek op hogere schenkbelasting. Mensen hebben vaak jarenlang gewerkt en gespaard voor hun vermogen. Over dat inkomen is meestal al belasting betaald. Wanneer zij het geld vervolgens aan hun kinderen geven, volgt mogelijk opnieuw een heffing. Voor veel ouders voelt dat als dubbele belasting.
Zij vinden dat hun spaargeld van henzelf is. Volgens hen moet de overheid zich minder met familiegeld bemoeien. Ouders willen hun kinderen bijvoorbeeld helpen met hoge woonkosten. Ook kan een schenking voorkomen dat kinderen grote schulden moeten aangaan. Een belastingvrije bijdrage kan dan veel verschil maken.
Hoogleraar fiscale economie Ruud van den Dool ziet daarom meer in een andere regeling. Hij stelt een vrijstelling voor het hele leven voor. Iedere persoon zou dan gedurende zijn leven een totaalbedrag belastingvrij kunnen ontvangen. Van den Dool noemt als mogelijk voorbeeld een grens van 150.000 euro. Het moment van schenken zou daarbij niet meer belangrijk zijn.
Iemand kan het bedrag dan tijdens het leven van de ouders ontvangen. Het vermogen kan ook pas na hun overlijden worden overgedragen. Alle schenkingen en erfenissen worden bij elkaar opgeteld. Pas boven de totale levenslange grens zou belasting betaald moeten worden. Veel mensen zouden dan helemaal geen erfbelasting meer verschuldigd zijn.
Zo’n systeem kan volgens voorstanders eenvoudiger en eerlijker zijn. Het maakt minder verschil of ouders vroeg of laat vermogen overdragen. Ook worden jaarlijkse constructies minder aantrekkelijk. Iedereen krijgt in principe dezelfde totale vrijstelling. De uitvoering kan echter ingewikkeld worden, omdat alle ontvangen bedragen levenslang moeten worden bijgehouden.
Schenkbelasting en erfbelasting horen bij elkaar
Jacobs en Van den Dool vinden allebei dat schenkbelasting niet losstaat van erfbelasting. Wanneer alleen erfbelasting bestaat, kunnen mensen tijdens hun leven alles weggeven. Zo voorkomen zij dat er na hun overlijden belasting wordt geheven. Zonder schenkbelasting zou de erfbelasting daardoor gemakkelijk kunnen worden omzeild. Dat maakt de regeling weinig effectief.
Het omgekeerde geldt eveneens. Wanneer alleen schenkbelasting bestaat, kunnen mensen wachten tot hun overlijden. Het vermogen gaat dan via een erfenis naar de kinderen. Zonder erfbelasting hoeft daar vervolgens niets over betaald te worden. Daarom moeten beide belastingen volgens de hoogleraren naast elkaar blijven bestaan.
Wel vinden zij dat belastingen op werk niet te hoog moeten worden. Werken moet volgens hen voldoende blijven lonen. Hetzelfde geldt voor ondernemen en investeren. De overheid moet daarom steeds afwegen waar belasting het minste schade veroorzaakt. Belasting op een ontvangen erfenis kan dan aantrekkelijker zijn dan extra belasting op salaris.
Het besluit over de jaarlijkse schenkingsvrijstelling moet binnenkort worden genomen. De verantwoordelijke staatssecretaris moet bepalen of de regeling verandert. Daarbij worden de adviezen van ambtenaren en deskundigen meegenomen. Ook de politieke steun speelt een belangrijke rol. Een advies betekent namelijk niet automatisch dat de vrijstelling echt verdwijnt.
Voor ouders en kinderen blijft het daarom voorlopig afwachten. De jaarlijkse vrijstelling bestaat momenteel nog gewoon. Toch is duidelijk dat de regeling onder druk staat. Wie plannen heeft voor een schenking, doet er goed aan de nieuwe besluiten te volgen. De regels kunnen de komende tijd namelijk flink veranderen.
Bron: RTL Nieuws



