Ik weet dat het een taboe is, maar ik ga het toch zeggen: ik kan niet wachten tot mijn kraamverlof voorbij is. Begrijp me niet verkeerd, ik hou van Jax. Echt. Maar dit hele moederschap? Het is gewoon… niet wat ik had verwacht.
Iedereen had me gewaarschuwd. “Geniet van je nachtrust nu het nog kan,” riepen ze lachend. “Het is zwaar, maar ooooh zo mooi!” Maar niemand heeft me verteld hoe eindeloos de dagen kunnen voelen. Hoe ik soms met tranen in mijn ogen boven de wieg hang, niet omdat ik ontroerd ben, maar omdat ik simpelweg niet weet hoe ik dit moet volhouden.
Meer een baan dan een roze wolk
Toen Jax geboren werd, dacht ik dat ik zou zweven op die beroemde roze wolk. Dat ik vervuld zou worden met een allesoverheersende liefde en gelukzaligheid. Maar als ik eerlijk ben, voelt het meer als een fulltime baan zonder pauzes. Voeden, verschonen, troosten, in slaap wiegen… en dat in een eindeloze herhaling. Ik ben stewardess, ik weet hoe het is om lange dagen te maken, maar dit? Dit is andere koek.
Vlucht vertraagd? Peanuts. Klierende passagiers? Makkie. Maar een baby die al huilt als ik hem alleen maar even neerleg? Dat is een beproeving die ik totaal had onderschat.
Terug naar mezelf
Over twee weken mag ik weer werken en ik tel de dagen af. Niet omdat ik van Jax af wil, maar omdat ik mezelf terug wil. Opgesloten zitten in mijn eigen huis, in een legging met spuugvlekken, is niet wie ik ben. Ik wil weer hakken dragen, make-up op doen en me onderdeel voelen van de wereld. Ik wil weer in een vliegtuig stappen, passagiers begroeten, bestemmingen aandoen en ’s avonds moe maar voldaan in een hotelbed ploffen.
Het moederschap is niet wat ik had gedacht. Het is niet die constante gelukzaligheid waar anderen over praten. Het is zwaar. Eenzaam soms. En ja, misschien is het voor sommige moeders wél een droom, maar voor mij voelt het nu vooral als een keiharde realiteit.
Geen spijt, maar wel realistisch
Snap me niet verkeerd: ik heb geen spijt van Jax. Hij is een prachtig, klein mensje en ik weet dat ik van hem houd. Maar ik hou óók van wie ik was vóór hem. En ik weiger te geloven dat ik die vrouw helemaal moet opgeven.
Dus ja, ik kan niet wachten tot ik weer mag werken. Misschien wordt het wennen om hem achter te laten, misschien ga ik hem zelfs missen. Maar één ding weet ik zeker: ik kijk er meer naar uit dan ik ooit had durven toegeven.