Vier jaar lang heb ik voor de klas gestaan. Vier jaar lang heb ik mijn best gedaan om kinderen iets bij te brengen. Maar uiteindelijk was het niet het lesgeven dat me de das omdeed. Het waren de ouders.
Toen ik van de PABO kwam, zat ik vol energie. Ik had er zin in om kinderen te inspireren, om ze te helpen groeien. Ik wist dat het soms pittig kon zijn, maar ik had nooit gedacht dat de grootste uitdaging niet de kinderen, maar de ouders zouden zijn.
Altijd schuldig, altijd verantwoording afleggen
Het begon al in mijn eerste jaar. Een boze ouder aan mijn bureau omdat hun kind een onvoldoende had. “Waarom heeft u hem niet beter geholpen?” Alsof ik niet de hele dag bezig was met uitleg geven, begeleiden en ondersteunen. Een andere ouder was woedend omdat haar dochtertje ruzie had gehad met een klasgenoot. “Wat gaat u hieraan doen?” Alsof ik invloed had op elk moment van de dag, op elk gesprek, op elke blik die kinderen uitwisselden.
Soms waren het kleine dingen, soms grote. Maar steeds weer was ik degene die moest uitleggen, verdedigen, verantwoorden. Ik dacht dat het misschien aan de school lag. Dat ik pech had met deze ouders. Dus na anderhalf jaar besloot ik over te stappen naar een andere school. Een frisse start. Maar niets veranderde.
Boze ouders en ingrijpende directies
Op mijn nieuwe school was het precies hetzelfde verhaal. Ouders die eisten dat ik hun kind voorrang gaf, ouders die vonden dat hun zoon of dochter ‘geen straf verdiende’, ouders die bij de directeur op de stoep stonden als ze niet kregen wat ze wilden.
Soms probeerde ik rustig uit te leggen waarom bepaalde beslissingen waren genomen. Dat een kind niet zomaar een tien krijgt als hij niks doet. Dat het niet mijn taak is om ruzies volledig op te lossen, maar om kinderen te leren hoe ze er zelf mee om kunnen gaan.
Maar het maakte niet uit. Als ze het niet van mij aannamen, gingen ze naar de directie. En in plaats van dat er achter de leerkracht werd gestaan, werd er water bij de wijn gedaan. Want ja, ouders moesten tevreden blijven.
De maat was vol
Ik zag het om me heen ook gebeuren. Collega’s die precies hetzelfde meemaakten, maar zich er al lang bij hadden neergelegd. “Zo zijn ouders nu eenmaal,” zeiden ze. “Het hoort erbij.”
Maar waarom zou dat erbij horen? Waarom moeten docenten accepteren dat ze geen respect krijgen? Dat ze worden behandeld als klantenservice-medewerkers in plaats van als professionals?
Het vuur dat ik ooit had om kinderen iets bij te brengen, begon te doven. Ik kreeg steeds meer tegenzin. Werd moe, gefrustreerd, uitgeput. Tot ik op een dag wakker werd en wist: ik kan niet meer. En dus stopte ik.
Een nieuwe weg
Na vier jaar voor de klas te hebben gestaan, heb ik het onderwijs achter me gelaten. Inmiddels ben ik begonnen aan een traineeship in de ICT. Een compleet nieuwe wereld, waarin ik nog steeds problemen oplos, maar dan zonder schreeuwende ouders in mijn nek.
Soms mis ik het lesgeven. De magie van een kind dat iets nieuws leert, de sprankeling in hun ogen. Maar als ik eraan denk hoe respectloos ik werd behandeld, weet ik dat ik de juiste keuze heb gemaakt.
Misschien keer ik ooit terug naar het onderwijs. Maar dan pas als er iets fundamenteels verandert in hoe we omgaan met de mensen die onze kinderen onderwijzen. Want respect zou geen luxe moeten zijn. Respect zou de norm moeten zijn.