Geld contant in huis bewaren klinkt voor sommige mensen geruststellend. Even wat briefjes achter de hand voor noodgevallen. Toch roept dat meteen vragen op. Want hoe zit het met belasting. En hoeveel contant geld mag je eigenlijk thuis hebben in 2026 zonder problemen.
Contant geld thuis bewaren
Er bestaat in Nederland geen wettelijk maximum voor contant geld in huis. Je mag dus in theorie zoveel geld bewaren als je wilt. Niemand verbiedt je om een flinke stapel biljetten thuis te hebben. Dat betekent alleen niet dat het altijd belastingvrij blijft.
Zodra je boven een bepaald bedrag uitkomt, krijg je te maken met de Belastingdienst. Dan moet je het contante geld opgeven bij je aangifte. Dat geldt niet alleen voor briefjes en munten. Ook cadeaubonnen tellen mee.
Veel mensen vergeten dat laatste. Heb je cadeaubonnen liggen en ook contant geld. Dan telt de totale waarde samen. Kom je boven de grens, dan moet je dit aangeven. Dat geldt ook als het geld verspreid ligt door het huis.
De belastingvrije grens in 2026
In 2026 ligt de belastingvrije grens iets hoger dan het jaar ervoor. Ben je alleenstaand, dan mag je tot 672 euro aan contant geld in huis hebben. Blijf je onder dat bedrag, dan hoef je niets op te geven.
Heb je een fiscaal partner, dan ligt de grens hoger. In dat geval mag je samen 1344 euro contant bezitten zonder belasting te betalen. Een fiscaal partner is iemand met wie je samenwoont en samen aangifte doet.
Ter vergelijking, in 2025 lag deze grens iets lager. Toen mocht een alleenstaande 661 euro hebben. Voor fiscale partners was dat 1322 euro. De verhoging in 2026 is dus klein, maar wel aanwezig.
Zit je boven deze bedragen, dan moet je het meerdere aangeven. Dat gebeurt in box 3 van de belastingaangifte. Dat is de box waarin spaargeld en ander vermogen vallen.
Wat gebeurt er bij te veel contant geld
Heb je meer contant geld dan de vrijgestelde grens, dan telt het mee als vermogen. Het bedrag wordt opgeteld bij je spaargeld en andere bezittingen. Vervolgens betaal je daar belasting over volgens de regels van box 3.
Dat betekent niet dat je direct veel belasting betaalt. Dat hangt af van je totale vermogen. Maar het is wel verplicht om het eerlijk op te geven. Doe je dat niet, dan loop je risico op een boete.
De Belastingdienst maakt geen onderscheid tussen geld op de bank en geld thuis. Voor de aangifte telt de waarde. Het enige verschil is waar het geld ligt. Fiscaal gezien maakt dat weinig uit.
Het is dus slim om te weten hoeveel geld je in huis hebt. Zeker als je ook spaargeld op rekeningen hebt staan. Samen kan het sneller oplopen dan je denkt.
Hoeveel geld is verstandig voor noodgevallen
Voor noodgevallen is het wel handig om wat contant geld in huis te hebben. Denk aan een stroomstoring of pinstoring. In zulke situaties werkt elektronisch betalen soms niet.
Nibud geeft daar duidelijke richtlijnen voor. Zij adviseren om 70 euro per volwassene in huis te hebben. Voor kinderen geldt een bedrag van 30 euro.
Dit bedrag zou voldoende moeten zijn voor de eerste 72 uur van een noodsituatie. Denk aan boodschappen, vervoer of andere kleine uitgaven. Het is niet bedoeld als spaargeld, maar als buffer.
Het advies is om verschillende biljetten en munten te hebben. Zo kun je makkelijker gepast betalen. Grote biljetten zijn vaak lastig bij kleine aankopen.
Meer geld dan nodig aanhouden is volgens het Nibud niet slim. Het risico weegt vaak niet op tegen het voordeel. Geld op de bank is meestal veiliger.
Waarom te veel contant geld risico’s heeft
Te veel contant geld in huis brengt verschillende risico’s met zich mee. Het kan gestolen worden bij een inbraak. Ook brand is een reëel gevaar. Papiergeld overleeft dat niet.
Daarnaast kan geld simpelweg kwijtraken. Een envelop wordt verplaatst. Een sok belandt in de wasmachine. Het klinkt overdreven, maar het gebeurt vaker dan je denkt.
Nibud-woordvoerder Karin Radstaak waarschuwde hier eerder al voor. Volgens haar staat geld veel veiliger op een bankrekening. Daar is het bovendien verzekerd.
Als een bank failliet gaat, is je geld tot 100.000 euro beschermd. Dat valt onder het depositogarantiestelsel. Die zekerheid heb je thuis niet.
Bij diefstal of brand ben je afhankelijk van je verzekering. Contant geld valt soms onder de inboedelverzekering. Maar de vergoeding is meestal beperkt.
Verzekering dekt niet alles
Hoeveel contant geld wordt vergoed bij schade verschilt per verzekeraar. Vaak gaat het om een paar honderd euro. Heb je meer in huis, dan krijg je dat extra bedrag niet terug.
Veel mensen denken dat alles verzekerd is. Dat klopt dus niet. De kleine lettertjes zijn hier belangrijk. Het loont om je polis goed te bekijken.
Verzekeraars gaan ervan uit dat grote bedragen niet thuis worden bewaard. Daarom is de dekking beperkt. Voor kostbare spullen geldt vaak hetzelfde principe.
Als je bewust veel contant geld in huis houdt, loop je dus extra risico. Dat risico is meestal groter dan het voordeel van direct geld beschikbaar hebben.
Slim omgaan met contant geld
Het beste advies is om het simpel te houden. Houd alleen contant geld in huis dat je echt nodig hebt. Voor noodgevallen is een klein bedrag voldoende.
Controleer af en toe hoeveel geld je hebt liggen. Tel ook cadeaubonnen mee. Zo voorkom je dat je ongemerkt boven de belastingvrije grens uitkomt. Gebruik spaargeld liever via de bank. Dat is overzichtelijk, veiliger en vaak beter beschermd. Contant geld heeft zijn plek, maar een beperkte.
Zo voorkom je problemen bij je belastingaangifte en beperk je risico’s. Een oude sok is misschien nostalgisch. Maar voor je financiële rust is een bankrekening meestal een betere keuze.
Bron: Metro




