Het westnijlvirus is opnieuw bij een mens in Nederland vastgesteld. Het gaat om een bloeddonor uit de provincie Utrecht. De persoon is kort voor de besmetting niet in het buitenland geweest. Daardoor is het zeer waarschijnlijk dat de infectie gewoon in Nederland is opgelopen. Het is de eerste lokaal opgelopen menselijke besmetting sinds 2020.
De infectie kwam aan het licht tijdens onderzoek van Sanquin Research. Daarbij worden bloeddonoren onderzocht uit gebieden waar het virus eerder is aangetroffen. Het kan daarbij gaan om besmettingen bij mensen, paarden, vogels of muggen. Bij deze donor werd het virus met een laboratoriumtest aangetoond. De besmette persoon had volgens het RIVM slechts milde klachten.
Dat de donor niet recent naar het buitenland is geweest, is een belangrijk detail. Daardoor ligt een besmetting door een Nederlandse mug het meest voor de hand. Het RIVM spreekt daarom van een waarschijnlijk in Nederland opgelopen infectie. Daarmee is duidelijk dat het westnijlvirus momenteel opnieuw in ons land circuleert.
Zo wordt het virus verspreid
Het westnijlvirus komt vooral voor bij vogels. Muggen kunnen besmet raken wanneer zij bloed drinken van een besmette vogel. Vooral de gewone huissteekmug kan het virus vervolgens verder verspreiden. Deze muggensoort komt veel voor in Nederland.
Een besmette mug kan daarna opnieuw steken en zo het virus doorgeven. Dat kan gebeuren bij andere vogels, maar ook bij mensen en paarden. Mensen en paarden spelen daarna geen belangrijke rol meer in de verspreiding. Zij kunnen het virus niet op dezelfde manier verder doorgeven.
Het betekent dus niet dat mensen elkaar gemakkelijk kunnen besmetten. De mug vormt normaal gesproken de belangrijke schakel tussen vogels en andere dieren. Een gewone muggenbeet kan daardoor in uitzonderlijke gevallen leiden tot een infectie. Dat gebeurt in Nederland overigens nog steeds maar zelden.
Het virus is wereldwijd al langer bekend. Ook in verschillende delen van Europa komt het regelmatig voor. In Nederland werd de eerste lokaal opgelopen menselijke besmetting in oktober 2020 vastgesteld. Daarna werden dat jaar nog meerdere besmettingen gevonden. Vervolgens bleven nieuwe Nederlandse gevallen jarenlang uit.
De nieuwe besmetting in Utrecht verandert dat beeld nu. Voor het eerst sinds 2020 is opnieuw aangetoond dat iemand het virus waarschijnlijk hier opliep. Dat is vooral belangrijk voor onderzoekers en gezondheidsdiensten. Zij volgen de verspreiding van het virus daarom nauwkeurig.
LEES OOK:Dit is waarom je ALTIJD je fruit moet wassen – zelfs als je ze schilt
Meestal geen klachten
Een besmetting met het westnijlvirus betekent gelukkig niet automatisch dat iemand ernstig ziek wordt. Veruit de meeste besmette mensen merken er zelfs helemaal niets van. Volgens het RIVM krijgt ongeveer 80 procent geen klachten.
Ongeveer 19 procent krijgt wel ziekteverschijnselen. Daarbij gaat het meestal om milde, griepachtige klachten. Mensen kunnen bijvoorbeeld koorts, hoofdpijn of spierpijn krijgen. Ook buikklachten, diarree of huiduitslag kunnen voorkomen.
Bij ongeveer één procent van de besmette mensen ontstaan ernstigere neurologische problemen. Daarbij kan bijvoorbeeld een ontsteking van de hersenen of hersenvliezen ontstaan. In zulke gevallen kan opname in het ziekenhuis noodzakelijk zijn.
Vooral mensen boven de vijftig lopen meer risico op ernstige ziekte. Dat geldt ook voor mensen met een verzwakt afweersysteem. Bijvoorbeeld door een ziekte of bepaalde medicijnen. Voor deze groepen kan een besmetting daardoor grotere gevolgen hebben.
Er bestaat op dit moment geen vaccin voor mensen tegen westnijlkoorts. Ook is er geen specifiek medicijn dat het virus zelf bestrijdt. Bij milde klachten draait behandeling vooral om het verminderen van de symptomen. Ernstig zieke patiënten kunnen ziekenhuiszorg nodig hebben.
Toch blijft het belangrijk om de cijfers in perspectief te zien. De kans dat iemand in Nederland westnijlkoorts krijgt, is nog altijd heel klein. Het nieuwe geval betekent dus niet dat er plotseling sprake is van een grote uitbraak.
Ook paard en vogel besmet
De bloeddonor is niet het enige recente signaal van het westnijlvirus. Begin augustus werden namelijk ook een paard en een vogel positief getest. Het paard kwam uit Zuid-Holland en de vogel uit de provincie Utrecht.
Bij de vogel was er volgens onderzoekers een duidelijke aanwijzing voor een lokale besmetting. Het dier was nog jong en pas uit het nest. Onderzoek wees bovendien op een verband met besmette muggen en vogels uit 2025. Daardoor achten deskundigen lokale overdracht zeer waarschijnlijk.
Het besmette paard werd eveneens in augustus vastgesteld. Paarden kunnen net als mensen door een geïnfecteerde mug besmet raken. Zij kunnen vervolgens andere paarden of mensen niet rechtstreeks infecteren. Ook hier blijft een besmette mug noodzakelijk voor verdere verspreiding.
Dat binnen korte tijd een vogel, paard en mens positief zijn getest, is opvallend. Volgens het RIVM laat dit zien dat besmette muggen momenteel in Nederland actief zijn. Het betekent echter nog altijd niet dat iedere mug het virus bij zich draagt.
Voor deskundigen zijn de vondsten vooral belangrijk om de verspreiding beter te begrijpen. Verschillende organisaties houden daarom gezamenlijk in de gaten waar het virus wordt aangetroffen. Onder meer het RIVM, Sanquin en diverse onderzoeksinstellingen werken hierbij samen.
LEES OOK:Naar de zonsverduistering gekeken? DÃt zijn de klachten die je absoluut niet mag negeren
Ook dieren spelen daarbij een belangrijke rol. Een besmetting bij een vogel kan een vroeg signaal zijn. Hetzelfde geldt voor een besmet paard of een positieve test bij muggen. Door verschillende bronnen te combineren, ontstaat een beter beeld van de verspreiding.
Geen reden voor paniek
Hoewel het nieuws misschien ongerust maakt, benadrukt het RIVM dat het risico klein blijft. De kans dat iemand in Nederland door een mug het virus oploopt, is nog steeds zeer beperkt.
Het is dus niet nodig om iedere mug in huis als een gevaar te beschouwen. De overgrote meerderheid van de Nederlandse muggen draagt het virus niet. Bovendien wordt maar een klein gedeelte van besmette mensen daadwerkelijk ernstig ziek.
Wel kun je eenvoudige maatregelen nemen om muggenbeten te voorkomen. Vooral rond de schemering zijn de muggen die het virus kunnen verspreiden actief. Het dragen van bedekkende kleding kan dan helpen.
Ook horren voor ramen en deuren zijn nuttig. Daarmee voorkom je dat muggen gemakkelijk naar binnen vliegen. Een klamboe kan tijdens het slapen extra bescherming bieden. Op onbedekte huid kan daarnaast een geschikt muggenwerend middel worden gebruikt.
Voor onderzoekers blijft de vondst ondertussen wel belangrijk. Het virus lijkt opnieuw actief te circuleren tijdens het Nederlandse muggenseizoen. Daarom blijven verschillende organisaties de situatie volgen.
Voor de gemiddelde Nederlander verandert er voorlopig weinig. Je hoeft een mug dus niet ineens als ernstige bedreiging te zien. Toch is het verstandig om muggenbeten waar mogelijk te voorkomen.
De besmetting bij de bloeddonor laat vooral zien dat het westnijlvirus opnieuw aanwezig is. Na jaren zonder Nederlandse menselijke gevallen is dat een opvallende ontwikkeling. Vooralsnog blijft het risico op ziekte echter zeer klein.
Bron: De Dagelijkse Standaard



