Door de stijgende prijzen van benzine en diesel kiezen steeds meer Nederlanders voor een rit naar het buitenland. Vooral tankstations net over de grens zijn populair. Daar liggen de brandstofprijzen vaak een stuk lager. Veel automobilisten hopen zo geld te besparen op hun tankbeurt.

Op sociale media en in nieuwsbeelden zie je het regelmatig. Lange rijen auto’s bij tankstations in België of Duitsland. Toch vragen veel mensen zich af of zo’n rit echt loont. Daarnaast gelden er ook regels voor brandstof die je extra meeneemt. Radar besloot daarom uit te zoeken hoe het precies zit.
Tanken over de grens steeds populairder
De hoge brandstofprijzen in Nederland zorgen voor veel frustratie. Voor veel mensen is de auto noodzakelijk voor werk of gezin. Daardoor lopen de maandelijkse kosten snel op.
In buurlanden liggen de prijzen vaak lager. Dat verschil kan per liter flink oplopen. Vooral mensen die dicht bij de grens wonen maken daar gebruik van.
Voor hen is een korte rit naar een tankstation in België of Duitsland vaak eenvoudig. Binnen enkele minuten kunnen zij goedkoper tanken. Dat maakt het aantrekkelijk om de grens over te steken.
Toch is het niet altijd zo simpel als het lijkt. Naast de prijs van brandstof spelen ook wettelijke regels een rol. Die regels gaan over hoeveel brandstof je extra mag meenemen.
Sommige automobilisten vullen namelijk niet alleen hun tank. Zij nemen ook extra benzine of diesel mee in jerrycans. Daarmee hopen zij later thuis opnieuw te kunnen tanken. De wet stelt hier duidelijke grenzen aan. Wie zich daar niet aan houdt, kan uiteindelijk juist meer geld kwijt zijn.

Hoeveel brandstof je mag vervoeren
Binnen Europa bestaan regels voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Deze regels zijn vastgelegd in het zogenoemde ADR-verdrag. Dat verdrag geldt voor veel soorten transport.
Voor particulieren bestaat echter een speciale uitzondering. Daardoor mogen mensen in hun eigen auto meer brandstof vervoeren dan veel mensen denken.
Volgens de regels mag een particulier maximaal 240 liter brandstof vervoeren. Dat klinkt als een enorme hoeveelheid. Toch zitten daar belangrijke voorwaarden aan.
De benzine moet namelijk worden vervoerd in stevige jerrycans. Die jerrycans mogen maximaal zestig liter per stuk bevatten. Daarnaast moeten ze goed afgesloten zijn.
Ook moet de lading veilig worden vastgezet in de auto. Zo wordt voorkomen dat de jerrycans gaan schuiven tijdens het rijden. Dat kan namelijk gevaarlijke situaties veroorzaken.
Hoewel de wet deze hoeveelheid toestaat, adviseert de brandweer voorzichtig te zijn. Volgens hen brengt het vervoeren van zoveel brandstof extra risico’s met zich mee.
Tijdens een autorit kan er bijvoorbeeld een lekkage ontstaan. Ook kan een jerrycan losraken bij een noodstop of botsing. Dat maakt het transport volgens de brandweer minder veilig.
Bij een ongeluk kan brandstof bovendien snel ontbranden. Daardoor kan een situatie nog gevaarlijker worden. Daarom raadt de brandweer aan om voorzichtig om te gaan met extra brandstof.
Regels voor accijns en belasting
Naast transportregels bestaan er ook belastingregels. Die bepalen hoeveel brandstof je belastingvrij over de grens mag meenemen. De brandstof in je normale tank vormt daarbij geen probleem. Je mag je tank in het buitenland volledig vullen zonder extra kosten. Voor extra brandstof in een jerrycan gelden andere regels. Je mag maximaal tien liter extra meenemen zonder belasting te betalen.
Neem je meer dan tien liter extra mee, dan verandert de situatie. In dat geval moet je officieel aangifte doen bij de grens. Daarbij moet je alsnog Nederlandse accijns betalen over die extra liters. Die accijns kan het voordeel van goedkoop tanken snel wegnemen.
Veel mensen zijn zich niet bewust van deze regel. Toch staat hij duidelijk in de wet. Controle gebeurt niet altijd, maar het risico bestaat wel.
Word je gecontroleerd en blijkt dat je meer hebt meegenomen zonder aangifte, dan kun je een boete krijgen. Die kan oplopen afhankelijk van de hoeveelheid brandstof.

Een rekenvoorbeeld laat het verschil zien
Om te begrijpen hoe dit uitpakt, helpt een simpel voorbeeld. Begin maart 2026 ligt de gemiddelde prijs voor Euro95 in Nederland rond 2,34 euro per liter.
In België kost dezelfde brandstof ongeveer 1,66 euro per liter. Dat verschil lijkt aantrekkelijk voor automobilisten. Stel dat je tien liter extra meeneemt in een jerrycan. Dat is toegestaan zonder extra belasting. Je bespaart dan ongeveer 6,80 euro.
Maar stel dat je twintig liter extra meeneemt. Dan overschrijd je de belastingvrije grens. Over de tweede jerrycan moet je Nederlandse accijns betalen. In dit voorbeeld bedraagt die accijns 8,45 euro.
Daar komt ook nog btw bovenop. Die btw bedraagt ongeveer 1,77 euro. Samen betaal je dan 10,22 euro aan naheffing.Je oorspronkelijke besparing van 6,80 euro verandert daardoor in een verlies. In dit voorbeeld ben je uiteindelijk 3,42 euro duurder uit.
Word je betrapt zonder aangifte, dan komt daar nog een boete bij. Die boete begint meestal rond vijftig tot honderd euro. Bij grotere hoeveelheden kan dat bedrag nog verder oplopen. Daardoor kan goedkoop tanken ineens behoorlijk duur worden.
Benzine thuis opslaan
Sommige mensen nemen brandstof mee om thuis te bewaren. Dat kan handig zijn voor noodsituaties of voor apparaten zoals een grasmaaier. De wet staat beperkte opslag toe voor particulieren. In huis of in een gewone garage mag je maximaal 25 liter benzine bewaren.
Voor deze hoeveelheid gelden geen extra veiligheidseisen. Toch adviseert de brandweer om voorzichtig te blijven. Volgens hen is het belangrijk om brandstof op een veilige plek te bewaren. De jerrycan moet goed afgesloten zijn en geschikt voor brandstof.
Ook moet de opslagplek vrij zijn van hittebronnen. Denk bijvoorbeeld aan kachels of elektrische apparaten. Een schuur of berging is vaak de beste plek. Daar staat de jerrycan minder snel in de weg. Bovendien hoeft hij daar niet vaak verplaatst te worden.

Grotere hoeveelheden brengen risico’s
Wanneer je meer dan 25 liter benzine wilt opslaan, gelden strengere regels. Die regels zijn bedoeld om brandgevaar te beperken. Binnenshuis mag dat alleen in een speciale veiligheidskast. Zo’n kast moet minimaal zestig minuten brandwerend zijn.
Voor veel particulieren is dat echter een dure oplossing. Zo’n kast kost al snel enkele duizenden euro’s. Opslag buiten kan ook, maar daar gelden andere voorwaarden. De jerrycans moeten minstens tien meter van gebouwen staan. Ook moeten ze tien meter van de erfgrens verwijderd zijn. Daarnaast moeten ze in een lekbak staan.
Die lekbak moet de volledige inhoud kunnen opvangen bij een lekkage. Dat voorkomt dat brandstof in de grond terechtkomt. Voor veel Nederlandse tuinen zijn deze afstanden moeilijk haalbaar. Daardoor is het voor veel mensen lastig om grotere hoeveelheden legaal op te slaan.
Gevaren van benzinedampen
Benzine is een licht ontvlambare vloeistof. Daarnaast verdampt het snel, vooral in warme ruimtes. Wanneer benzinedampen zich ophopen, ontstaat er een risico. Eén kleine vonk kan al voldoende zijn voor een explosie. Zelfs een simpele lichtschakelaar kan zo’n vonk veroorzaken. Daarom is goede ventilatie belangrijk bij opslag.
Ook verzekeringen spelen een rol. Wanneer na een brand blijkt dat iemand illegaal veel brandstof had opgeslagen, kan een verzekeraar weigeren te betalen.
Dat kan grote financiële gevolgen hebben. Daarom adviseren experts om altijd binnen de regels te blijven. Goedkoop tanken over de grens kan dus interessant lijken. Toch is het belangrijk om ook de regels en risico’s te kennen voordat je extra brandstof meeneemt.
Bron: Radar
