Chronische slapeloosheid treft in Nederland naar schatting 1,7 miljoen mensen en vormt daarmee een structureel volksgezondheidsprobleem. Toch wordt het fenomeen nog vaak weggezet als een ongemak dat erbij hoort. Hoogleraar Eus van Someren, hoofd van de afdeling Slaap en Cognitie bij het Nederlands Herseninstituut, ziet dagelijks de gevolgen. „Een slapeloze wordt onterecht gezien als een klager en halve neuroot.” Die onderschatting frustreert hem al jaren.

Eus van Someren is naast zijn werk aan het instituut ook hoogleraar Neurofysiologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Ironisch genoeg is hij zelf een lichte slaper. „Eén straaltje licht door de gordijnen, een vaag geluid en ik ben wakker. Het voordeel is dat ik weet wat slecht slapen is. Ik begrijp mensen met zware slapeloosheid en weet hoe het voelt als anderen zeggen: ‘Joh, stel je niet aan, ga gewoon slapen.’ Want zo werkt het niet.”
Volgens Van Someren worden slaapstoornissen in het dagelijks leven stelselmatig gebagatelliseerd. Wie een doorwaakte nacht noemt, krijgt standaard adviezen als eerder naar bed gaan of simpelweg ontspannen. Dat soort dooddoeners miskent volgens hem de complexiteit van insomnia. Slapeloosheid is geen kwestie van onwil, maar een ontregeling in het brein die diep ingrijpt op het functioneren.
Verband met psychische aandoeningen
Al decennialang onderzoekt Van Someren wat slapeloosheid precies is en wat er in het brein gebeurt. Gaandeweg verschoof zijn aandacht naar een andere vraag. „Ik begon ooit met de vraag wat slapeloosheid eigenlijk is. Wat gebeurt er in het brein? Kun je het behandelen? Gaandeweg schoof ik steeds dichter naar een andere vraag, die misschien nog belangrijker is: hoe komt het toch dat slapeloosheid zo’n enorme risicofactor is voor andere ellende, vooral op psychisch vlak?”
Uit onderzoek blijkt dat slechte slapers opvallend vaak kwetsbaar zijn voor depressie, angststoornissen en posttraumatische stressstoornis. Goede slapers blijken emotionele tegenslagen beter te verwerken. Slaap speelt een cruciale rol in emotionele regulatie. Bij chronisch slaaptekort raakt die verwerking verstoord, waardoor gevoelens zwaarder kunnen aanvoelen en langer blijven hangen.
Wanneer slaap emoties verergert
Van Someren wijst op een verontrustende bevinding uit zijn onderzoek. „Iedereen kent de uitdrukking ‘er een nachtje over slapen…’. Dat je na een goede nacht slaap wakker wordt en denkt: waar maakte ik me eigenlijk zo druk over? In ons onderzoek richten we ons op wat slaap doet met dat gevoel van psychische zwaarte. En dan zie je dat goede slapers daar inderdaad profijt van hebben. Slechte niet. Sterker: bij de slechtste slapers vinden we iets dat ronduit verontrustend is. Bij hen maakt slaap dingen soms erger in plaats van beter. Emoties worden over de nacht heen zwaarder, niet lichter.”
Mensen met een depressie herkennen dat patroon. „Mensen met een depressie herkennen dat vaak. Die zeggen: ‘‘s avonds gaat het nog wel, of in elk geval beter dan ’s ochtends. Maar dan ga ik naar bed en is het de volgende ochtend weer niet te doen’.” Voor Van Someren was dat het moment waarop hij besefte dat meer slaap niet automatisch betere slaap betekent.
Slaapregister en gemiste kansen
Om beter inzicht te krijgen in patronen werd Slaapregister.nl opgezet. Tienduizenden Nederlanders leverden inmiddels gegevens aan over hun nachtrust. De database ontstond volgens Van Someren uit noodzaak. „Het is beschamend dat in ons land zo weinig tegen slapeloosheid wordt gedaan. Er zijn nauwelijks poliklinieken. Ziekenhuizen zijn bedrijven geworden en slapeloosheid levert financieel te weinig op. Het is geen sexy aandoening, geen verdienmodel. Dat frustreert me enorm.”

De gegevens tonen verschillen tussen bevolkingsgroepen. Jongvolwassenen en vrouwen in de overgang krijgen momenteel extra aandacht. Bij jongeren spelen lockdowns en sociale media een rol. De voortdurende prikkels en de angst om iets te missen houden het brein actief tot diep in de nacht.
Hormonale schommelingen en sociale druk
Bij vrouwen vormen hormonale veranderingen tijdens de overgang een belangrijke factor. Slapeloosheid komt twee keer zo vaak voor bij vrouwen als bij mannen. De exacte oorzaak is nog niet volledig verklaard. Onderzoekers kijken naar een combinatie van biologische, psychologische en sociale factoren die samen het risico vergroten.
Daarnaast blijkt dat sociale omstandigheden invloed hebben op slaapkwaliteit. Mensen met een lager inkomen of lagere opleiding rapporteren vaker slaapproblemen. Stress, financiële onzekerheid en woonomstandigheden zoals lawaai spelen daarbij vermoedelijk een rol. Insomnia is daarmee ook een sociaal ongelijk verdeeld gezondheidsprobleem.
Onrustige slaapfragmenten
Uit metingen in het slaaplaboratorium blijkt dat veel slapelozen wel degelijk slapen, maar in korte, gefragmenteerde periodes. „Veel slapelozen slapen wel degelijk, maar in korte, onrustige stukjes. Ze schieten telkens uit hun nachtrust. Hun hoofd blijft maar doorgaan.” Die onderbroken slaap voelt niet als echte rust.
Volgens Van Someren heeft die gefragmenteerde slaap twee gevolgen. Het gevoel van slapeloosheid neemt toe omdat de slaap niet als herstel wordt ervaren. Tegelijk wordt de emotionele verwerking verstoord. In extreme gevallen wordt slaap zelfs contraproductief en vergroot zij de gevoeligheid voor stressvolle prikkels.
Cognitieve gedragstherapie als standaard
De voorkeursbehandeling bij chronische slapeloosheid is cognitieve gedragstherapie. „Dat is op dit moment de standaardbehandeling en ook de voorkeursbehandeling. Het werkt niet bij iedereen perfect, maar bij veel mensen wel of in elk geval een beetje.” De therapie combineert psycho-educatie, gedragsaanpassingen en begeleiding.

Een belangrijk onderdeel is uitleg over hoe slaap werkt. Het brein schakelt niet abrupt van volledige alertheid naar diepe slaap. Ook wordt benadrukt dat de slaapkamer bedoeld is om te slapen. Intensief telefoongebruik in bed ondermijnt de slaapkwaliteit en houdt het brein actief.
Korter in bed voor betere slaap
Een opvallend advies binnen de behandeling is slaaprestrictie. Wie structureel zes uur slaapt, krijgt het advies maximaal zes en een half uur in bed te liggen. Door de tijd in bed te beperken, wordt de slaap geconcentreerder. Paradoxaal genoeg leidt minder tijd in bed vaak tot diepere en stabielere slaap.
Ook vaste opstaantijden dragen bij aan herstel. Uitslapen in het weekend kan de biologische klok ontregelen. Daarnaast waarschuwt Van Someren voor alcohol in de avond. Het inslapen gaat soms sneller, maar de slaap wordt onrustiger en minder herstellend.
Risico’s van slaapmedicatie
Over slaapmedicatie is Van Someren uitgesproken kritisch. „Slaapmiddelen zijn risicovol. Als je er eenmaal mee begint, wordt stoppen steeds lastiger. Bovendien krijg je het reboundeffect: zodra je stopt, ga je slechter slapen.” Benzodiazepinen zijn verslavend en bieden geen structurele oplossing.
Melatonine wordt eveneens overschat. Volgens Van Someren werkt het gemiddeld genomen nauwelijks bij chronische slapeloosheid. Het middel kan nuttig zijn bij jetlags of verschuiving van het dag-nachtritme, maar is geen wondermiddel tegen aanhoudende slaapproblemen.
Licht als eenvoudige interventie
Een relatief eenvoudige interventie is blootstelling aan daglicht. Mensen die overdag meer licht zien, produceren ’s nachts meer melatonine. „Mensen die overdag meer licht zien, maken ’s nachts in het lichaam ook meer melatonine aan.” Regelmatig naar buiten gaan of dichter bij een raam werken kan al verschil maken.
Internationaal gezien nemen Nederlanders voldoende tijd om te slapen, maar de kwaliteit blijft achter. In Europa behoort Nederland tot de landen met relatief slechte slaapkwaliteit. Dat contrasteert met de veronderstelling dat voldoende uren automatisch leiden tot herstel.
Miskenning en doorzettingsvermogen
Het onderscheid tussen te weinig slapen en slecht slapen is cruciaal. Te weinig slapen is vaak een keuze, ingegeven door werk of sociale verplichtingen. Een slapeloze ligt acht uur in bed, maar ervaart nauwelijks herstel. Toch wordt het probleem geregeld gebagatelliseerd.
„Helaas, een slapeloze wordt gezien als een beetje een klager en een halve neuroot.” Volgens Van Someren zitten onder slapelozen vaak perfectionisten die loyaal zijn aan hun werkgever. Juist daardoor blijft het probleem lang onzichtbaar. Pas wanneer slapeloosheid overgaat in depressie of angst, komt professionele hulp in beeld.
Toekomst van slaaponderzoek
Met meer dan twintig jaar onderzoekservaring ziet Van Someren nog veel open vragen. Slaap verandert met de leeftijd en wordt brozer naarmate mensen ouder worden. Kinderen slapen diep en onafgebroken, terwijl ouderen vaker wakker worden.
„We moeten nog zoveel over het fenomeen slaap ontdekken en ik heb me echt voorgenomen te ontrafelen wat er toch in de zenuwcellen van slapelozen gebeurt. En om voor hen betere behandelingen vinden. Geloof me, tot die tijd zal ik niet rusten.” Zijn missie is helder: slapeloosheid verdient erkenning als serieuze slaapstoornis met verstrekkende gevolgen voor mentale gezondheid en psychische klachten.
