“Je kassabon kan kanker verraden,” zo klonk een opvallende kop in een Britse krant. Het idee daarachter is simpel, maar ook een beetje ongemakkelijk. Wat je koopt in de supermarkt of drogist, zou iets kunnen zeggen over je gezondheid. Misschien zelfs al voordat je zelf doorhebt dat er echt iets mis is. Onderzoekers van Imperial College London onderzoeken of veranderingen in aankoopgedrag kunnen wijzen op kanker, nog vóór iemand besluit om naar de huisarts te gaan.

Het gaat niet om een medisch onderzoek met bloedtesten of scans, maar om iets alledaags. Denk aan pijnstillers, maagtabletten of andere zelfzorgmiddelen. Veel mensen kopen die zonder erbij stil te staan. Toch kan juist dat gedrag waardevolle informatie bevatten. Niet omdat één aankoop iets zegt, maar omdat patronen over langere tijd iets kunnen laten zien.
Voortbouwend op eerder onderzoek
Het nieuwe onderzoek staat niet op zichzelf. Het bouwt voort op een eerdere studie naar eierstokkanker. In die studie, met de naam Cancer Loyalty Card Study, keken onderzoekers naar klantenkaartgegevens van twee grote Britse winkels. Ze vergeleken het koopgedrag van vrouwen met eierstokkanker met dat van vrouwen zonder deze ziekte.
Wat daarbij opviel, was dat vrouwen die later eierstokkanker kregen, al maanden eerder andere dingen kochten. Ze schaften vaker pijnstillers en maagmiddelen aan die zonder recept verkrijgbaar zijn. Soms gebeurde dat tot wel acht maanden voordat de officiële diagnose werd gesteld. Dat betekent niet dat die aankopen kanker bewezen, maar wel dat er een verschil was tussen de twee groepen.
Vage klachten en zelfzorg
Eierstokkanker staat bekend om zijn vage klachten. Denk aan buikpijn, een opgeblazen gevoel, misselijkheid of snel vol zitten. Dat zijn symptomen die veel mensen herkennen, ook zonder ernstige ziekte. Daardoor worden ze vaak niet meteen serieus genomen. Mensen denken al snel aan stress, verkeerde voeding of een maag-darmprobleem.
In plaats van direct naar de huisarts te gaan, proberen veel mensen eerst zelf iets. Ze kopen pijnstillers tegen de buikpijn of maagzuurremmers tegen een vol gevoel. Dat gedrag kan weken of maanden doorgaan. Juist in die periode ontstaat er een spoor in aankoopgegevens.
Een groter en breder onderzoek
Het nieuwe onderzoek, CLOCS-2 genoemd, is veel groter van opzet. In totaal willen de onderzoekers 2.900 deelnemers volgen. De helft daarvan bestaat uit mensen met kanker, de andere helft vormt een controlegroep zonder kanker. Zo kunnen verschillen goed worden vergeleken.
Dit keer kijken de onderzoekers niet naar één soort kanker, maar naar tien verschillende kankersoorten. De focus ligt vooral op vormen van kanker die vaak beginnen met vage en moeilijk te herkennen klachten. Voorbeelden zijn darmkanker, maagkanker, alvleesklierkanker en baarmoederkanker.
Bij deze ziekten duurt het soms lang voordat iemand naar de huisarts gaat. Niet omdat mensen nalatig zijn, maar omdat de klachten zo algemeen zijn. Vermoeidheid, buikpijn en een opgeblazen gevoel komen bij veel onschuldige aandoeningen voor.
De rol van klantenkaarten
Deelnemers aan het onderzoek geven toestemming om hun klantenkaartgegevens te gebruiken. Het gaat om klantenkaarten van grote Britse ketens zoals Tesco en Boots. Boots is te vergelijken met een combinatie van een drogist en apotheek, terwijl Tesco een grote supermarkt is.

Naast de aankoopgegevens vullen deelnemers ook vragenlijsten in over hun gezondheid en leefstijl. Zo krijgen onderzoekers een completer beeld. Ze kunnen zien wat iemand koopt, maar ook hoe iemand zich voelt en welke klachten er zijn.
Wat het onderzoek bijzonder maakt, is dat de onderzoekers tot zes jaar terugkijken in het aankoopgedrag. Daardoor kunnen ze niet alleen zien of er veranderingen zijn, maar ook wanneer die veranderingen beginnen. Misschien is er een moment waarop iemand structureel meer pijnstillers gaat kopen. Dat moment kan belangrijk zijn.
Op zoek naar patronen, niet naar diagnoses
Het doel van het onderzoek is niet om kanker vast te stellen. Het gaat nadrukkelijk om het herkennen van patronen. Onderzoekers willen weten of er een periode is waarin mensen meer zelfzorgmiddelen gaan kopen, en of die periode samenvalt met het ontstaan van klachten.
Ze hopen ook te ontdekken of er bepaalde drempels zijn. Bijvoorbeeld een punt waarop iemand van af en toe een doosje pijnstillers overstapt naar bijna wekelijks gebruik. Zo’n verandering zou kunnen wijzen op aanhoudende klachten die niet vanzelf verdwijnen.
Toch benadrukken de onderzoekers dat de voorspellende waarde beperkt is. Het gaat om statistische patronen in grote groepen mensen. Dat betekent niet dat je op basis van een kassabon kunt zeggen dat iemand kanker heeft.
De fase vóór de huisarts
Een belangrijk onderdeel van het onderzoek is de periode waarin mensen klachten hebben, maar nog geen medische hulp zoeken. Veel mensen herkennen dit. Je voelt je niet helemaal goed, maar ook niet ziek genoeg om een afspraak te maken. Je probeert het eerst zelf op te lossen.
Die fase kan lang duren. Soms omdat mensen het druk hebben, soms omdat ze denken dat het vanzelf wel overgaat. Soms ook uit onzekerheid of angst. Niemand gaat graag naar de huisarts voor iets wat misschien niets blijkt te zijn.
Juist deze fase is lastig te onderzoeken, omdat er weinig gegevens over zijn. Medische dossiers beginnen pas zodra iemand zich meldt bij een arts. Klantenkaartgegevens kunnen die lege periode deels opvullen.
Inzicht in zorgvertraging
Voor de zorg is dit soort onderzoek interessant omdat het kan helpen om zorgvertraging beter te begrijpen. Bij veel vormen van kanker geldt dat een vroege diagnose belangrijk is. Hoe eerder de ziekte wordt ontdekt, hoe meer behandelopties er zijn en hoe beter de vooruitzichten.
Als blijkt dat mensen maandenlang rondlopen met klachten en die proberen te onderdrukken met zelfzorgmiddelen, kan dat waardevolle informatie zijn. Het zegt iets over hoe mensen omgaan met hun lichaam en met onzekerheid over gezondheid.
Dat inzicht kan helpen bij voorlichting. Misschien kunnen mensen beter worden geïnformeerd over wanneer het verstandig is om wél naar de huisarts te gaan. Niet bij elke klacht, maar wel bij klachten die aanhouden.
De maatschappelijke waarde van consumentendata
Het onderzoek laat ook zien dat consumentendata meer kunnen zijn dan alleen marketinginformatie. Klantenkaartgegevens worden normaal gesproken gebruikt om koopgedrag te analyseren en aanbiedingen te personaliseren. In dit geval krijgen ze een maatschappelijke betekenis.
Daarbij is vrijwilligheid essentieel. Deelnemers moeten expliciet toestemming geven en weten waarvoor hun gegevens worden gebruikt. Ook moeten de gegevens zorgvuldig en anoniem worden verwerkt.
Retailers spelen hierin een belangrijke rol. Door mee te werken aan dit soort onderzoek laten ze zien dat data ook kunnen bijdragen aan kennis over gezondheid en gedrag, zolang dat verantwoord gebeurt.
Grenzen en risico’s
Tegelijkertijd kent het onderzoek duidelijke grenzen. Een kassabon vertelt nooit het hele verhaal. Mensen kopen ook boodschappen voor hun partner, kinderen of andere huisgenoten. Een toename in pijnstillers hoeft dus niet per se over de koper zelf te gaan.
Daarnaast lijken veel symptomen van kanker sterk op die van onschuldige aandoeningen. Maagpijn kan komen door stress, voeding of een virus. Vermoeidheid kan talloze oorzaken hebben. Dat vergroot de kans op vals alarm als je te veel betekenis geeft aan aankoopgedrag.
Daarom is het belangrijk om voorzichtig te blijven. Het onderzoek is geen screeningstest en mag dat ook niet worden. Het kan hooguit laten zien hoe mensen omgaan met aanhoudende, vage klachten.
Wat het onderzoek wél kan betekenen
Hoewel het onderzoek geen diagnoses stelt, kan het wel bijdragen aan begrip. Het laat zien dat mensen vaak lange tijd zelf proberen om klachten te managen. Dat is menselijk en logisch, maar soms ook riskant.
Door beter te begrijpen wanneer en hoe mensen hun gedrag aanpassen, kunnen zorgverleners en beleidsmakers gerichter nadenken over voorlichting. Niet om mensen ongerust te maken, maar om ze te helpen betere keuzes te maken.
De kassabon blijkt daarmee geen onschuldig papiertje, maar ook geen medisch instrument. Het is een spiegel van dagelijks gedrag. Het onderzoek laat zien hoe ver je met die spiegel kunt kijken, en waar je moet stoppen. Een aankoop is nog geen klacht, en een klacht is nog geen diagnose. Maar samen kunnen ze wel een verhaal vertellen over hoe mensen omgaan met hun gezondheid.
Bron: foodlog
