Van brood en snacks tot vleeswaren en sauzen, veel supermarktproducten bevatten conserveermiddelen. Deze stoffen zorgen ervoor dat eten langer houdbaar blijft. Nieuw wetenschappelijk onderzoek laat zien dat sommige van deze middelen mogelijk gezondheidsrisico’s hebben. Vooral het risico op kanker en diabetes type 2 wordt genoemd.
Conserveermiddelen zitten in veel dagelijkse producten. Denk aan kant-en-klaarmaaltijden, koekjes, frisdrank en sauzen. Vaak sta je daar niet bij stil tijdens het boodschappen doen. Toch eten veel mensen deze stoffen bijna elke dag.
Lang was er weinig bekend over de gevolgen op lange termijn. Onderzoekers proberen dat nu beter te begrijpen. De eerste grote studies geven nieuwe inzichten, maar roepen ook vragen op.
Grootschalig onderzoek naar voeding
Recent verschenen er twee grote onderzoeken over dit onderwerp. Eén studie werd gepubliceerd in het medische tijdschrift The BMJ. Een andere analyse verscheen in Nature Communications. Beide onderzoeken zijn uitgevoerd door Franse wetenschappers.
De onderzoekers maakten gebruik van gegevens uit de NutriNet-Santé-studie. Dit is een langlopend onderzoek naar voeding en gezondheid. Al jarenlang houden Franse deelnemers hun eetpatroon nauwkeurig bij.
De deelnemers noteerden wat zij aten, hoeveel en van welk merk. Ook gaven zij informatie over hun leefstijl. Zo ontstond een uitgebreid beeld van hun dagelijkse voeding.
Voor deze analyses werden meer dan honderdduizend mensen gevolgd. Aan het begin van het onderzoek had niemand kanker of diabetes. Dat maakte het mogelijk om nieuwe ziektegevallen goed te volgen.
Tijdens de onderzoeksperiode kregen duizenden deelnemers alsnog een diagnose. Dat bood onderzoekers de kans om verbanden te leggen tussen voeding en ziekte.
Kanker en diabetes type 2
In de loop der jaren kregen meer dan vierduizend deelnemers kanker. Daarnaast ontwikkelden anderen diabetes type 2. De onderzoekers bekeken welke voedingsstoffen vaker voorkwamen bij deze mensen.
Daarbij viel op dat sommige conserveermiddelen vaker werden gegeten door deelnemers die ziek werden. Het ging niet om alle additieven, maar om specifieke stoffen.
Vooral bij een hogere inname van bepaalde conserveermiddelen werd een verhoogd risico gezien. Dat gold zowel voor kanker als voor diabetes type 2.
Het gaat hier om statistische verbanden. Dat betekent dat er een samenhang is, maar geen bewijs voor directe oorzaak.
Toch zijn de bevindingen opvallend. Het is één van de eerste keren dat deze stoffen zo uitgebreid zijn onderzocht over een lange periode.
Diabetes type 2 en vroege signalen
Diabetes type 2 ontwikkelt zich vaak langzaam. Veel mensen merken in het begin weinig. Daarom wordt de ziekte soms laat ontdekt.
Volgens het Diabetes Fonds kan prediabetes onopgemerkt blijven. Toch zijn er signalen die kunnen wijzen op problemen met de bloedsuiker.
Mensen met diabetes type 2 voelen zich vaak moe. Ook onverklaarbaar gewichtsverlies kan voorkomen. Veel dorst en vaak moeten plassen zijn bekende klachten.
Daarnaast kunnen blaasontstekingen vaker voorkomen. Bij vrouwen kan jeuk ontstaan rond de schaamlippen. Mannen kunnen last krijgen van ontstekingen aan de eikel.
Deze klachten kunnen ook andere oorzaken hebben. Toch is het verstandig om ze serieus te nemen. Vroege ontdekking kan verdere schade voorkomen.
Specifieke conserveermiddelen onder de loep
De onderzoekers richtten zich vooral op conserveermiddelen die veel worden gebruikt in bewerkte voeding. Sommige stoffen kwamen duidelijk naar voren in de resultaten.
Een voorbeeld is kaliumsorbaat. Dit conserveermiddel zit vaak in zuivel, gebak en snacks. Mensen die hier veel van binnenkregen, hadden een hoger kankerrisico.
Bij vrouwen werd zelfs een verband gezien met borstkanker. Dat maakt deze stof extra interessant voor verder onderzoek.
Ook sulfieten werden genoemd. Deze zitten onder andere in wijn en gedroogd fruit. Een hogere inname hing samen met een verhoogd risico op kanker.
Daarnaast werd gekeken naar natriumnitriet. Deze stof wordt vooral gebruikt in bewerkt vlees. Hier werd een verband gevonden met prostaatkanker.
Niet elk conserveermiddel liet zulke verbanden zien. Bij veel stoffen werd geen duidelijke relatie gevonden met ziekte.
Voorzichtigheid en vervolgonderzoek
De onderzoekers benadrukken dat hun resultaten geen oorzakelijk bewijs leveren. Andere factoren spelen ook een rol. Denk aan beweging, roken en het totale voedingspatroon.
Ultrabewerkte voeding wordt al langer in verband gebracht met gezondheidsproblemen. Conserveermiddelen maken daar vaak deel van uit.
Het is dus mogelijk dat het risico niet alleen door één stof komt. Het geheel van ongezonde voeding kan invloed hebben.
Toch zijn deze studies belangrijk. Ze laten zien waar mogelijke risico’s zitten. Dat helpt bij toekomstig onderzoek en beleid.
Voor consumenten betekent dit vooral bewustwording. Minder bewerkte producten eten kan geen kwaad. Koken met verse ingrediënten blijft een veilige keuze.
De wetenschap staat nog aan het begin. Verdere studies moeten uitwijzen hoe groot de risico’s echt zijn. Tot die tijd blijft balans in voeding belangrijk.
Bron: Metro




