Foto’s van lachende kinderen roepen vanzelf ideeën op van onschuld en bescherming. Dat beeld botst hard wanneer later blijkt dat sommigen uitgroeien tot massamoordenaars. De menselijke reflex om jeugd te idealiseren maakt zulke verhalen extra confronterend. Het contrast tussen een zorgeloze start en latere gruweldaden blijft moeilijk te bevatten. Juist daarom blijven deze levensverhalen fascineren binnen true crime, waar de vraag naar ontstaan en ontsporing centraal staat.

Op een warme meidag in 1960 werd in Milwaukee, Wisconsin, een jongen geboren. Zijn ouders, een jonge scheikundestudent en een instructeur teletypemachines, kregen hun eerste kind. De toekomst leek open en veelbelovend. In zijn vroege jaren werd hij omschreven als energiek en vrolijk. Familieleden spraken over een levendig kind vol nieuwsgierigheid. Toch zou die ogenschijnlijke rust niet blijvend zijn.
Een ingrijpende verandering
Kort voor zijn vierde verjaardag onderging de jongen een dubbele herniaoperatie. Direct daarna merkten familieleden een duidelijke gedragsverandering. Het eerder uitbundige kind werd stiller en teruggetrokken. Onrust nam de plaats in van speelsheid. De operatie werd later vaak genoemd als keerpunt. Vanaf dat moment leek er iets te breken in zijn gevoelswereld.
Spanningen binnen het gezin
Bij zijn schoolstart worstelde hij met gevoelens van verlating. Hij ontwikkelde wrok richting zijn jongere broertje. Leraren zagen een timide, gereserveerde leerling. Zijn vader was vaak afwezig door studie. Zijn moeder kampte met depressies en hypochondrie. Thuis hing een gespannen sfeer. Ruzies waren frequent en stabiliteit ontbrak zichtbaar.
Een onzekere thuissituatie
De spanningen escaleerden toen zijn moeder een zelfmoordpoging deed. Ze vroeg voortdurend aandacht en bracht veel tijd in bed door. Later gaf hij toe nooit zekerheid te hebben gevoeld over zijn gezin. Het idee dat het gezin uiteen kon vallen bleef aanwezig. Toch had de magere, blonde jongen enkele vrienden. Hij leek niet volledig geïsoleerd.
Herinneringen van buurtgenoten
“Als kind was hij een leuke jongen om mee om te gaan”, aldus Ted Lee, die in dezelfde buurt opgroeide. Die herinnering contrasteert sterk met wat later volgde. Terwijl hij ouder werd, ontstond een steeds donkerdere fascinatie. Sommigen plaatsen het begin rond zijn vierde levensjaar. Toen zag hij hoe zijn vader dierlijke botten onder het huis opgroef.

Eerste fascinaties met botten
Het geluid en de aanblik van botten wekten een vreemde opwinding. Hij noemde zijn vondsten ‘fiddlesticks’. De interesse groeide snel. Hij zocht actief naar botten en ontleedde levende dieren. Zijn nieuwsgierigheid kreeg een obsessief karakter. Wat begon als kijken, werd systematisch onderzoeken.
Verhuizing en verdieping
Na een verhuizing naar Bath Township in Ohio nam de fascinatie toe. In een hut nabij het bos verzamelde hij insecten en dierenskeletten. Sommige resten bewaarde hij in potten formaldehyde. Zijn vader zag het als wetenschappelijke interesse. Hij leerde zijn zoon botten reinigen en conserveren. Die vaardigheden nam de jongen gretig over.
Escalatie van gedrag
De obsessie kreeg grimmiger vormen. Hij verzamelde aangereden dieren en ontleedde ze. Soms begroef hij resten nabij de hut. Af en toe plaatste hij schedels op kruisen. Op zijn veertiende begon hij zwaar te drinken. Hij verborg alcohol in zijn jas en noemde het ‘mijn medicijn’. Het gezinsleven viel verder uiteen.
Alleen achtergelaten
Het huwelijk van zijn ouders eindigde in een bittere scheiding. Zijn moeder vertrok met zijn jongere broer. De achttienjarige bleef alleen achter in het ouderlijk huis. Rond die periode werden zijn daden gewelddadiger. Op vijftienjarige leeftijd had hij een hond onthoofd. Het lichaam werd aan een boom bevestigd, de schedel op een stok geplaatst.
Vreemde grappen op school
Op de middelbare school stond hij bekend om bizarre grappen. Hij veinsde epileptische aanvallen en maakte dierlijke geluiden. Ook imiteerde hij mensen met beperkingen. Sommige klasgenoten vonden het wreed. Anderen lachten erom. Die reacties leken hem aan te moedigen. Aandacht werd een drijvende kracht.

Herinneringen uit de klas
“Hij blaatte als een schaap”, herinnert voormalig vriend John Backderf zich. “Soms deed hij dat luid. Hij wist dat we daar erg om moesten lachen.” Hij dook op bij klaslokalen, gluurde door ramen en stoorde lessen. Achter het clowneske gedrag groeiden dwangmatige gedachten. Het publiek zag vooral excentriciteit.
Eerste moord
Die onderliggende drang kreeg snel een dodelijke uitlaatklep. Op 18 juni 1978 nam hij een lifter mee. Die dag pleegde hij zijn eerste moord. Het moment markeerde een onomkeerbare grens. Wat volgde was een jarenlange reeks misdaden. De overgang van fantasie naar werkelijkheid was voltooid.
Jaren van terreur
In dertien jaar tijd vermoordde hij zestien jonge mannen. Veel slachtoffers werden eerst gedrogeerd en daarna gewurgd. Sommigen werden in stukken gesneden. In gruwelijke gevallen at hij lichaamsdelen. Zijn misdaden omvatten necrofilie en kannibalisme. Hij probeerde zelfs ‘zombies’ te creëren via ingrepen in de hersenen.
Ontmaskering in 1991
Op 22 juli 1991 kwam zijn einde als vrije man. Een beoogd slachtoffer wist te ontsnappen. De politie volgde hem naar zijn appartement. Daar troffen agenten foto’s van verminkte lichamen aan. Afgehakte hoofden lagen in de koelkast. Menselijke resten lagen verspreid. De schaal van gruwel werd zichtbaar.
Naam en bekendheid
Het onschuldige kind met ‘fiddlesticks’ bleek Jeffrey Lionel Dahmer. Hij werd bekend als de Milwaukee Cannibal. Zijn verhaal kreeg later nieuwe aandacht door Netflix’ Monster. Daarmee werd hij een symbool binnen seriemoordenaar-onderzoek en media.

Gewelddadige dood
Op 28 november 1994 kwam Dahmer om het leven. Hij werd op 34-jarige leeftijd doodgeslagen door medegevangene Christopher Scarver. Scarver verklaarde later dat God hem had opgedragen te handelen. Ook na zijn dood bleef Dahmer verdeeldheid oproepen. De discussie over gerechtigheid laaide opnieuw op.
Reacties na het overlijden
Zijn moeder Joyce reageerde fel richting de media. “Is iedereen nu tevreden? Nu hij doodgeslagen is, is dat dan goed genoeg voor iedereen?” Families van slachtoffers reageerden verschillend. Sommigen voelden opluchting. Anderen ervoeren hernieuwde pijn. Catherine Lacy, moeder van Oliver Lacy, zei: “De pijn is nu erger, omdat hij niet meer lijdt zoals wij.”
Oproep tot nuance
De officier van justitie riep het publiek op tot terughoudendheid. Scarver mocht niet verheerlijkt worden. De dood van Dahmer bleef juridisch gezien een moord. Daarmee eindigde een verhaal zonder echte afsluiting. Het laat zien hoe dun de lijn kan zijn tussen jeugdige onschuld en extreme ontsporing, een realiteit die blijft schokken.
